De toeslag als bedoeld in artikel 25 van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm, voor een alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft;
De toeslag als bedoeld in artikel 25 van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm, voor een alleenstaande en alleenstaande ouder op wie het eerste lid niet van toepassing is;
Geen toeslag als bedoeld in artikel 25 van de wet wordt verleend aan de alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woningmeer daneen ander zijn hoofdverblijf heeft;
Op grond van artikel 27 van de wet wordt geen toeslag verleend aan de alleenstaande of alleenstaande ouder, die een woonruimte bewoont waaraan voor belanghebbende geen kosten van huur of, bij een eigen woning, geen woonkosten verbonden zijn.
Op grond van artikel 27 van de wet bedraagt de toeslag 10 procent van de gehuwdennorm, voor alleenstaande en alleenstaande ouder, indien geen woning bewoond wordt;
Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als “een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft”:
een kind zoals bedoeld in artikel 4 van de wet;
verzorgingsbehoevenden die door belanghebbende worden verzorgd.
Voor de toepassing van dit artikel wordt een gezin, dat zijn hoofdverblijf in de woning van de alleenstaande of alleenstaande ouder heeft, beschouwd als een ander.
8. Geen toeslag wordt verleend indien belanghebbende niet heeft aangetoond dat hij geen bestaanskosten kan delen met een ander (art 53a lid 8) .
Artikel 3.
Toeslagen alleenstaande of alleenstaande ouder
Onderdeel van Toeslagenverordening Gemeente Hilversum 2013