Een vergunning kan, al dan niet voorwaardelijk, worden ingetrokken:
wanneer de standplaatshouder, anders dan in de gevallen genoemd in artikel 15, op drie achtereenvolgende marktdagen dan wel op vijf marktdagen binnen een tijdvak van 12 weken zijn standplaats niet heeft ingenomen;
wanneer de standplaatshouder het marktgeld niet tijdig voldoet;
de rechthebbende andere waren of goederen op de vaste standplaats verkoopt, ten verkoop aanbiedt of aanwezig heeft, dan voor welke hem deze plaats is toegewezen;
waneer de standplaatshouder de voorschriften van de vergunning overtreedt;
wanneer de rechthebbende zich schuldig heeft gemaakt aan wangedrag;
indien de standplaatshouder niet meer voldoet aan de in artikel 6 genoemde vereisten.