Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 11

Artikel 11

Onderdeel van Marktverordening 2005

1.. Bij overlijden, ernstige ziekte of blijvende arbeidsongeschiktheid van de standplaatshouder van een vaste standplaats kan die standplaats worden toegewezen aan diens achterblijvende echtgenoot, geregistreerde partner of een andere persoon met wie hij duurzaam samenwoont. 2.. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind van de standplaatshouder de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de standplaatshouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar van dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich heeft laten inschrijven op de wachtlijst. 3.. Een aanvraag tot overschrijving dient te worden ingediend binnen twee maanden na overlijden van de standplaatshouder of nadat de ernstige ziekte of blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. 4.. De achterblijvende echtgenoot, geregistreerde partner, een andere persoon met hij duurzaam samenwoont of het kind waaraan met toepassing van het eerste of tweede lid een standplaats is toegewezen, moet binnen één jaar voldoen aan de eisen gesteld in artikel 6. 5.. Indien een standplaats met toepassing van het eerste lid is toegewezen en de achterblijvende echtgenoot, geregistreerde partner of een andere persoon met wie hij duurzaam samenwoonde rechthebbende op een andere standplaats is, vervalt het recht op die andere standplaats. 6.. Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel