Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, het bijstandsbesluit zelfstandigen 2004, Wet Inburgering en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In deze verordening wordt verstaan onder:
Afstemming
:
Verlaging van de uitkering;
Bijstandsnorm
:
De toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5 onderdeel c WWB, de bijzondere bijstand of, voor zover sprake is van een IOAW of IOAZ uitkering, de grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 IOAW respectievelijk 5 IOAZ;
Bbz
:
Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004;
College
:
Het college van burgemeester en wethouders van Boekel;
Grondslag
:
Toepasselijke grondslag, als bedoeld in artikel 5 lid 3, 4 en 5 IOAW of artikel 5 lid 4 IOAZ;
Inburgeringsplichtige
:
Persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b van de Wet inburgering;
IOAW
:
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
IOAZ
:
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
Recidive
:
Het binnen een in deze verordening genoemde termijn opnieuw plegen van een verwijtbare handeling uit dezelfde of hogere categorie;
Reïntegratievoorziening
:
Voorziening zoals bedoeld in artikel 7 WWB, artikel 34 IOAW en artikel 34 IOAZ gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, scholing of participatie;
Tegenprestatie
:
Het verrichten van onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 onder c WWB;
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
:
Elke gedraging die in deze verordening niet nader gedefinieerd is en die leidt of heeft geleid tot een onnodig beroep op de bijstand;
Uitkering
:
Algemene bijstand op grond van de WWB en Bbz, alsmede een uitkering op grond van de IOAW en de IOAZ;
UWV
:
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
WI
:
Wet inburgering;
WWB
:
Wet werk en bijstand;
Zeer ernstige misdragingen
:
Het op een dusdanige wijze benaderen of bejegenen van het college, dan wel van personen die in opdracht van het college de wet uitvoeren, dat deze zich op een fysieke of psychische wijze, dan wel een combinatie van beide, bedreigd voelen.
Artikel 2 – Het verlagen van de uitkering
Als belanghebbende, naar het oordeel van het college, tekortschietend besef van verantwoordelijkheid toont voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit de WWB, Bbz, IOAW, IOAZ of artikel 30c, lid 2 en lid 3 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI) voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen, doch met uitzondering van artikel 17 lid 1 WWB, wordt overeenkomstig deze verordening de uitkering verlaagd.
De verlaging wordt afgestemd op:
de ernst van de gedraging,
de mate waarin belanghebbende de gedraging verweten kan worden, en
de persoonlijke omstandigheden waarin belanghebbende verkeert.
3.Als belanghebbende zich al eerder schuldig heeft gemaakt aan gedragingen op grond van deze verordening of voorgaande verordeningen, wordt bij de bepaling van de zwaarte van de verlaging hiermee rekening gehouden.
Hoofdstuk
Artikel 1
– Begripsbepalingen
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW, IOAZ en Bbz 2013