**1..** In afwijking van het bepaalde in artikel 9 wordt, als belanghebbende geen beroep meer kan doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening, - omdat deze volledig wordt verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht -, de verlaging vastgesteld op 100% gedurende de eerste drie maanden gerekend vanaf de start van de verrekening.
**2..** In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt de verlaging in de tweede en derde maand vastgesteld op 20%, als belanghebbende redelijkerwijs niet kan beschikken over gelden van ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm.
Hoofdstuk
Artikel 11
– Verlaging bij verlies van een passende en toereikende voorliggende voorziening door toepassing van een bestuurlijke boete
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW, IOAZ en Bbz 2013