Indien een krachtens ontheffing ingerichte stort-, bewaar-, berg- of opslagplaats, als bedoeld in artikel 7 zodanig wordt gebruikt, dat daardoor naar het oordeel van burgemeester en wethouders de natuur en/of het uiterlijk aanzien der gemeente op ontoelaatbare wijze wordt geschaad, kunnen burgemeester en wethouders de zakelijk gerechtigde of de gebruiker van het desbetreffende onroerend goed bij aanschrijving gelasten daarin verbetering te brengen, aan welke last deze, alsmede zijn eventuele rechtsopvolger(s), verplicht is (zijn) op de daarbij aan te geven wijze binnen de daarbij te stellen termijn gevolg te geven, behoudens zijn (hun) bevoegdheid de stort-, bewaar-, berg- of opslagplaats te ontruimen.
HOOFDSTUK III
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Verordening tot bescherming van natuur en uiterlijk aanzien van de gemeente Nieuwegein