Naar hoofdinhoud
1.. Het is de zakelijk gerechtigde en/of de gebruiker van enig erf of terrein verboden dit geheel of ten dele zodanig te verwaarlozen of te onderhouden, danwel na brand, storm of andere oorzaken in een zodanige toestand te laten verkeren, dat daardoor de schoonheid van de omgeving wordt geschaad. 2.. Het in het vorige lid bepaalde geldt alleen indien en voor zover het daarin bedoelde erf of terrein vanaf een openbare weg, een openbaar vaarwater of een andere voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar is. 3.. Het in het eerste lid genoemde verbod is mede van toepassing op woonwagens en woonschepen.

Rechtspraak bij dit artikel