Naar hoofdinhoud
1a.. Vrijstellingen voor opschriften, aankondigingen of afbeeldingen verleend krachts de "Schoonheidsverordening Nieuwegein" worden beschouwd als ontheffing zoals bedoeld in deze verordening, voor zover zij niet vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening zijn vervallen of zijn ingetrokken. b.. Vrijstelling voor stort-, bewaar-, berg- of opslagplaatsen verleend krachtens de "Schoonheidsverordening Nieuwegein" worden beschouwd als ontheffing zoals bedoeld in deze verordening, met dien verstande dat deze ontheffingen, voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken, geacht worden te zijn verleend tot 1 januari 1986. 2.. De op de datum van inwerkingtreding van deze verordening aanwezige opschriften, aankondigingen of afbeeldingen, waarvoor geen vrijstelling op grond van de "Schoonheidsverordening Nieuwegein" was vereist, doch waarvoor thans wel ontheffing op grond van deze verordening wordt vereist, worden geacht met een zodanige ontheffing aanwezig te zijn. 3.. De op de datum van inwerkingtreding van deze verordening aanwezige stort-, bewaar-, berg- of opslagplaatsen, waarvoor geen vrijstelling op grond van de "Schoonheidsverordening Nieuwegein" was vereist, doch waarvoor thans wel ontheffing op grond van deze verordening wordt veriest, worden tot 1 januari 1986 met een zodanige ontheffing aanwezig te zijn. 4.. Alle op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening reeds in behandeling zijnde aanvragen om vrijstelling van het bepaalde in de "Schoonheidsverordening Nieuwegein" worden beschouwd als aanvragen om ontheffing zoals bedoeld in deze verordening. Zij worden geacht te zijn ingekomen op het hiervoor bedoelde tijdstip.

Rechtspraak bij dit artikel