**1..** De commissie bestaat uit zeven leden.
**2..** De raad benoemt:
twee leden op voordracht van de oudergeleding van de MR;
een lid op voordracht van de personeelsgeleding van de MR;
vier leden geworven door middel van een open sollicitatieprocedure.
**3..** De raad kan de bevoegdheid om commissieleden te benoemen overdragen aan het college.
**4..** De commissie stelt een profielschets op waaraan de commissieleden dienen te voldoen.
Een lid wordt benoemd op grond van juridische deskundigheid.
Een lid wordt benoemd op grond van financieel-economische deskundigheid.
Een lid wordt benoemd op grond van onderwijskundige deskundigheid.
De commissie streeft er naar een van de deskundigheden als bedoeld in dit lid onder a t/m c te combineren met deskundigheid op het gebied van personeelsbeleid en rechtspositie, respectievelijk gebouw- en huisvestingszaken.
**5..** Het lidmaatschap van de commissie is onverenigbaar met:
het lidmaatschap van de raad;
het lidmaatschap van het college;
een bestuursfunctie bij het bijzonder onderwijs;
een betrekking bij een school die onder de commissie valt;
een betrekking bij eenzelfde type openbare of bijzondere school in de gemeente die niet door de commissie wordt bestuurd;
een betrekking bij de afdeling onderwijs van de gemeente;
een betrekking bij een extern ondersteuningsbureau, dat diensten verleent aan de commissie;
het lidmaatschap van de medezeggenschapsraad.
**6..** De leden van de commissie zijn voorstander van openbaar onderwijs en onderschrijven de doelstelling van het openbaar onderwijs.
**7..** Een lid van de commissie dat een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking gaat vervullen, conform lid 5, houdt onmiddellijk op lid van de commissie te zijn.
**8..** De leden van de commissie mogen direct, noch indirect deelnemen aan leveringen, aannemingen of diensten ten behoeve van een school, noch optreden als advocaat of procureur in aangelegenheden waarbij een school betrokken is. Het lid dat in strijd hiermee handelt kan door de commissie van zijn lidmaatschap vervallen worden verklaard.
**9..** De leden van de commissie ontvangen een vergoeding voor het bijwonen van haar vergaderingen.
**10..** De vergaderingen van de commissie worden bijgewoond door de rector. Deze heeft in de vergaderingen een adviserende stem. De vergaderingen van de commissie worden tegens bijgewoond door een door de commissie in overleg met de ondersteunende instantie aan te wijzen ambtelijk secretaris. Deze is de commissie in al haar werkzaamheden behulpzaam.
De commissie kan in beslotenheid vergaderen, al dan niet in aanwezigheid van de rector.
Hoofdstuk
Artikel 6