Naar hoofdinhoud
1.. De raad stelt bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode een programma-indeling vast. 2.. De raad stelt per programma vast: de beoogde maatschappelijke effecten; de wijze waarop gestreefd wordt die effecten te bereiken; de indicatoren om dit te meten; de raming van de baten en lasten. 3.. Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van gegevens over de maatschappelijke effecten en van de wijze waarop de maatschappelijke effecten worden bereikt, opdat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst. 4.. De activiteiten om de maatschappelijke effecten te realiseren worden voorzien van een planning. De planning wordt opgenomen bij de programma-overzichten; 5.. Iedere programmabegroting bevat een overzicht van algemene dekkingsmiddelen, een overzicht van de reservemutaties en een overzicht van de stelposten. 6.. Het college biedt de ontwerp-programmabegroting aan de raad aan vóór 15 oktober van het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar.

Rechtspraak bij dit artikel