Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Verlaging norm gehuwden (artikel 26 WWB)

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen WWB gemeente Wijchen 2013

De bijstandsnorm wordt lager vastgesteld indien de gehuwden lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander die het hoofdverblijf in de woning heeft. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van de gehuwdennorm. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 15% van de gehuwdennorm indien de gehuwden de woning bewonen met één onderhuurder/kamerhuurder of kostganger en de gehuwden daarvoor redelijkerwijs een commercieel tarief kan ontvangen. De verlaging wordt vastgesteld op 20% van de gehuwdennorm indien de gehuwden de woning bewonen met twee onderhuurders/kamerhuurders of kostgangers en daarvoor redelijkerwijs een commercieel tarief kunnen ontvangen. Wanneer sprake is van drie of meer kamerhuurders/kostgangers of onderhuurders vindt toepassing van artikel 8 van deze verordening plaats. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 5% van de gehuwdennorm, indien de gehuwden krachtens een commerciële overeenkomst als bedoeld in artikel 1, tweede lid, sub q of r van deze verordening als onderhuurders, kostgangers of kamerhuurders aantoonbaar een bedrag aan onderhuur, kostgeld of kamerhuur betalen. Geen verlaging van de gehuwdennorm vindt plaats bij: inwoning van een verzorgingsbehoevende als bedoeld in artikel 1, tweede lid, sub f van deze verordening, zowel voor de verzorgingsbehoevende als voor de verzorgende; inwoning van uitsluitend meerderjarige studerende kinderen die aanspraak maken op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) of een tegemoetkoming in de studiekosten krachtens de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS); inwoning van uitsluitend niet studerende verdienende kinderen die een in aanmerking te nemen inkomen hebben van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel