Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Verlaging norm/toeslag schoolverlaters (artikel 28 WWB)

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen WWB gemeente Wijchen 2013

De bijstandsnorm of de toeslag wordt voor de alleenstaande of de alleenstaande ouder lager vastgesteld indien recent de deelname is beëindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding indien de belanghebbende jonger is dan 27 jaar en voor het onderwijs of de beroepsopleiding aanspraak bestond op studiefinanciering krachtens de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000) of op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS). Van een beëindiging van de deelname aan onderwijs of beroepsopleiding als bedoeld in het eerste lid is sprake zolang nog geen periode van zes maanden is verstreken, gerekend vanaf het tijdstip van die beëindiging. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 25% van de gehuwdennorm en geldt uiterlijk gedurende de in het tweede lid genoemde periode. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 15% van de gehuwdennorm voor de belanghebbende die vóór de beëindiging van het onderwijs of de beroepsopleiding een studiebeurs ontving berekend naar de norm voor een uitwonende student en op grond van artikel 3 lid 5 of het bepaalde in artikel 4 van deze verordening een toeslag ontvangt van 10% van het netto minimumloon en geldt uiterlijk gedurende de in het tweede lid genoemde periode. De verlaging als bedoeld in het derde lid en vierde lid wordt niet toegepast wanneer er binnen het gezin van de alleenstaande ouder een kind jonger dan 5 jaar inwonend is. De in het derde en vierde lid bedoelde verlaging vindt bij voorrang plaats op de toeslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel