Naar hoofdinhoud

Titeldeel

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Verordening op de gemeentelijke rekenkamercommissie

Jaarlijks vóór 1 mei stuurt de commissie – na overleg met de werkgroep – aan de raad een voorstel met onderwerpen die mogelijk voor onderzoek in aanmerking komen. Als de raad dat wenst, licht de commissie het voorstel mondeling toe in de betreffende raadscommissie. De te onderzoeken onderwerpen sluiten zo veel mogelijk aan bij de voorkeuren van de deelnemende gemeenteraden. De raad kan zijn gevoelens over de in het voorstel genoemde onderwerpen kenbaar maken en suggesties toevoegen binnen twee maanden na ontvangst van het voorstel. De commissie bepaalt vervolgens zo spoedig mogelijk beargumenteerd de definitieve onderwerpen die ze gaat onderzoeken. De commissie omschrijft of en zo ja in welke mate de in lid 4 bedoelde gevoelens en suggesties van de raad aanleiding hebben gegeven het voorstel te wijzigen. De commissie informeert de raad – via de werkgroep – over de definitieve onderzoeksonderwerpen. De raad kan de commissie vragen een extra onderzoek uit te voeren. De commissie bericht de raad binnen een maand in hoeverre zij aan dat verzoek voldoet. Als de commissie niet aan het verzoek voldoet, zal zij daarvoor goede redenen aanvoeren. Over extra onderzoeken maken commissie en raad aparte afspraken. De commissie kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de door haarzelf bepaalde onderzoeksonderwerpen.

Rechtspraak bij dit artikel