Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 14

Woonkostentoeslag

Onderdeel van Besluit socialezekerheidswetten Stadskanaal 2013

Onder woonkosten in dit artikel wordt verstaan: indien een woning in huur wordt bewoond: de per maand geldende rekenhuur als bedoeld in artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag; indien een eigen woning wordt bewoond: de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente (waarbij rekening wordt gehouden met de te verwachten belastingteruggave) en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten. Voor deze zakelijke lasten wordt in aanmerking genomen het “forfait overige eigenaarslasten” zoals gebruikt bij alimentatieberekening (Trema-normen); indien een woonwagen of woonschip wordt bewoond: stageld, liggeld of Roerende Zaakbelasting, in ieder geval niet zijnde energiekosten. Indien een belanghebbende een huurwoning, woonwagen of woonschip bewoont, waarvan de hoogte van de woonkosten, gelet op artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag, geen belemmering vormt voor de toekenning van die huurtoeslag, maar hij door omstandigheden buiten zijn schuld nog geen aanspraak kan maken op deze toeslag, wordt bijzondere bijstand voor de woonkosten met toepassing van artikel 48, tweede lid, onderdeel a van de Participatiewet verstrekt als renteloze geldlening tot de datum waarop belanghebbende wel in aanmerking komt voor huurtoeslag. De woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die belanghebbende gelet op zijn financiële situatie op grond van de Wet op de huurtoeslag voor de woonkosten per maand zou ontvangen. Indien belanghebbende woonachtig is in een woning die hij in eigendom heeft en waarvan de hoogte van de woonkosten gelet op artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag geen belemmering zou vormen voor toekenning van een huurtoeslag, wordt bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag verstrekt. De woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die belanghebbende op grond van de Wet op de huurtoeslag, gelet op zijn financiële situatie, voor de woonkosten per maand zou ontvangen. Indien de belanghebbende een woning in huur of eigendom bewoont waarvan de hoogte van de woonkosten op grond van artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag een belemmering vormt voor toekenning van huurtoeslag, wordt voor de woonkosten tot de maximale huurprijs een toeslag verstrekt gelijk aan de maximale huurtoeslag en voor de kosten boven de maximale huurprijs een toeslag van 50% van het bedrag waarmee de woonkosten de maximale huurprijs overstijgen. De woonkostentoeslag als bedoeld in het vierde lid wordt verstrekt tot de datum waarop de belanghebbende wel aanspraak kan maken op huurtoeslag of, als huurtoeslag niet aan de orde is, voor de periode van maximaal één jaar. De periode als bedoeld in het vijfde lid kan worden verlengd indien – en voor zover - bijzondere individuele omstandigheden daartoe noodzaken. Aan bijstandsverlening als bedoeld in het vierde lid, wordt met toepassing van artikel 55 van de Participatiewet de verplichting verbonden dat belanghebbende zo spoedig mogelijk verhuist naar een goedkopere woning, dan wel, indien de woning een eigen woning betreft, de woning zo spoedig mogelijk verkoopt, tenzij zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten. Indien de belanghebbende zich aantoonbaar heeft ingespannen te voldoen aan de verhuisplicht als bedoeld in het zevende lid, maar het niet is gelukt een goedkopere woonruimte te vinden, dan wordt de woonkostentoeslag met maximaal één jaar verlengd. De verhuisplicht als bedoeld in het zevende lid wordt niet opgelegd aan gehandicapten, indien de hoge huur veroorzaakt wordt door voorzieningen die in de woning aangebracht zijn vanwege de handicap. In afwijking van artikel 10, tweede lid van dit besluit wordt 100% van het in aanmerking te nemen inkomen boven 100% van de toepasselijke bijstandsnorm gerekend tot de draagkracht(ruimte).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel