Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en ondergrondse
hoofdtransportleidingen.
Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van voor
stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
hoogspanningslijnen mogen zich geen delen bevinden van
andere bouwvergunningplichtige bouwwerken dan die welke deel
uitmaken van de hoogspanningslijn. Bij het bepalen van deze
afstand moet rekening worden gehouden met het uitzwaaien van
de draden ten gevolge van de wind. Onder hoogspanningslijn
wordt in dit artikel verstaan een lijn met een nominale
elektrische spanning van 1000 volt of meer.
Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van een
ondergrondse hoofdtransportleiding mogen geen
bouwvergunningplichtige bouwwerken worden gebouwd.
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
van:
het bepaalde in het eerste lid voor wat betreft de
afstand van 6 meter, indien de elektrische spanning
van de hoogspanningslijn daarvoor geen bezwaar
oplevert;
het bepaalde in het tweede lid voor wat betreft de
afstand van 6 meter, indien daartegen met het oog op
de veilige en ongestoorde ligging van de leiding
geen bezwaar bestaat.