Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn.
De maximale hoogte van een bouwvergunningplichtig bouwwerk
bedraagt:
indien gelegen aan één van de volgende wegen:
Besterdring
Bisschop Zwijsenstraat
Bosscheweg tussen de Ringbaan-Oost en de
Hoevense Kanaaldijk/Lovense Kanaaldijk
Broekhovenseweg ten noorden van de
Ringbaan-Zuid
Korvelplein
Korvelseweg
Laarstraat
Lieve Vrouweplein
Molenstraat
Oude Goirleseweg
Piusstraat
Rosmolenplein
Spoorlaan
Van Meterenstraat
Veldhovenring
Wilhelminapark
Zomerstraat
in het vlak door de voorgevelrooilijn: 1 meter
vermeerderd met éénmaal de afstand tussen de
voorgevelrooilijnen langs de desbetreffende weg met
een maximum van 15 meter met dien verstande
dat:Zomerstraat
de bouwhoogte in een strook ter breedte van 5
meter langs de zijdelingse perceelsscheidingen
niet meer mag bedragen dan de randhoogte (zijnde
de (feitelijke) hoogte van bovenkant goot,
boeiboord of druiplijn, gemeten boven het
gemiddelde maaiveldpeil van het aansluitende
afgewerkte terrein ) in de voorgevelrooilijn van
de bebouwing op het naastgelegen perceel
vermeerderd met 6 meter;
deze hoogte tenminste 10 meter mag
bedragen:
slechts bebouwing binnen een afstand van ten
hoogte 5 meter van de zijdelingse
perceelsscheiding in beschouwing wordt
genomen.
indien gelegen aan de volgende wegen:
Enschotsestraat
Gasthuisring
Groenstraat
Groeseindstraat
Hoefstraat
Koestraat
Nieuwe Bosscheweg
Oerlesestraat
St. Josephstraat
Tivolistraat
Transvaalplein
Voltstraat
Winkler Prinsstraat
in het vlak door de voorgevelrooilijn: 1 meter
vermeerderd met éénmaal de afstand tussen de
voorgevelrooilijnen langs de desbetreffende weg met
een maximum van 11 meter met dien verstande
dat:
de bouwhoogte in een strook ter breedte van 5
meter langs de zijdelingse perceelsscheidingen
niet meer mag bedragen dan de randhoogte (zijnde
de (feitelijke) hoogte van bovenkant goot,
boeiboord of druiplijn, gemeten boven het
gemiddelde maaiveldpeil van het aansluitende
afgewerkte terrein ) in de voorgevelrooilijn van
de bebouwing op het naastgelegen perceel
vermeerderd met 6 meter;
deze hoogte tenminste 10 meter mag
bedragen:
slechts bebouwing binnen een afstand van ten
hoogte 5 meter van de zijdelingse
perceelsscheiding in beschouwing wordt
genomen.
in het vlak door de voorgevelrooilijn van de overige
niet genoemde wegen: 1 meter vermeerderd met éénmaal
de afstand tussen de voorgevelrooilijnen langs de
betreffende weg met een maximum van 10 meter.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op
hoekbebouwing aan
wegen, waarvan de afstand tussen de voorgevelrooilijnen
onderling verschilt, in welk geval aan de zijde van de
smalle weg tot de hoogte welke aan de brede weg is
toegelaten, mag worden gebouwd over een lengte van de hoek
af gelijk aan de afstand tussen de voorgevelrooilijn van de
smalle weg, doch over geen grotere lengte dan 15 meter.
De in het eerste lid bedoelde afstand wordt gemeten haaks op
de
desbetreffende voorgevelrooilijn in het midden van de
breedte van het bouwwerk of de projectie daarvan op de
voorgevelrooilijn.
Indien aan de overzijde van de weg een voorgevelrooilijn
ontbreekt geldt ter
bepaling van de grootste toegelaten hoogte, bedoeld in het
eerste lid, de dichtstbij gelegen tegenoverliggende
rooilijn. Indien de tegenoverliggende rooilijn plaatselijk
is onderbroken geldt ter plaatse van die onderbreking de
verst verwijderde van de beide ter weerszijden van de
onderbreking voorkomende rooilijnen.