Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn.
De maximale hoogte van een bouwvergunningplichtig bouwwerk
bedraagt:
indien gelegen aan één van de volgende wegen:
Besterdring
Bisschop Zwijsenstraat
Bosscheweg tussen de Ringbaan-Oost en de
Hoevense Kanaaldijk/Lovense Kanaaldijk
Broekhovenseweg ten noorden van de
Ringbaan-Zuid
Korvelplein
Korvelseweg
Laarstraat
Lieve Vrouweplein
Molenstraat
Oude Goirleseweg
Piusstraat
Rosmolenplein
Spoorlaan
Van Meterenstraat
Veldhovenring
Wilhelminapark
Zomerstraat
in het vlak door de achtergevelrooilijn: 1 meter
vermeerderd met de helft van de afstand tot de
tegenoverliggende achtergevelrooilijn in hetzelfde
bouwblok met een maximum van 15 meter met dien
verstande dat:
de bouwhoogte in een strook ter breedte van 5
meter langs de zijdelingse perceelsscheiding niet
meer mag bedragen dan de toegelaten hoogte in de
voorgevelrooilijn overeenkomstig artikel 2.5.20
;
deze hoogte tenminste 10 meter mag
bedragen:
indien gelegen aan één van de volgende wegen:
Enschotestraat
Gasthuisring
Groenstraat
Groeseindstraat
Hoefstraat
Koestraat
Nieuwe Bosscheweg
Oerlesestraat
St. Josephstraat
Tivolistraat
Transvaalplein
Voltstraat
Winkler Prinsstraat
in het vlak door de achtergevelrooilijn 1 meter
vermeerderd met de helft van de afstand tot de
tegenoverliggende achtergevelrooilijn in hetzelfde
bouwblok met een maximum van 11 meter met dien
verstande dat:
de bouwhoogte in een strook ter breedte van 5
meter langs de zijdelingse perceelsscheiding niet
meer mag bedragen dan de toegelaten hoogte in de
voorgevelrooilijn overeenkomstig artikel 2.5.20
;
deze hoogte tenminste 10 meter mag
bedragen:
in het vlak door de achtergevelrooilijn gelegen
achter de voorgevelrooilijn van de overige niet
genoemde wegen: 1 meter vermeerderd met de afstand
tot de tegenoverliggende achtergevelrooilijn in
hetzelfde bouwblok met een maximum van 10
meter.
De in het eerste lid bedoelde afstand wordt gemeten haaks op
de achtergevelrooilijn ter plaatse van het bouwwerk. Indien
de te beschouwen achtergevelrooilijnen niet evenwijdig
lopen, wordt voor elke 5 meter breedte van de achterzijde
van het bouwwerk uitgegaan van de gemiddelde afstand tussen
de achtergevelrooilijnen. Indien een tegenoverliggende
achtergevelrooilijn ontbreekt, wordt gemeten tot de
dichtstbijzijnde tegenover de achtergevelrooilijn gelegen
voorgevelrooilijn.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid mag de
maximale hoogte van een bouwwerk in het vlak door de
achtergevelrooilijn niet meer bedragen dan de maximale
hoogte in de aangrenzende 5 meter van een aanliggende
achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok.
Indien het terrein achter de achtergevelrooilijn lager dan
straatpeil ligt, moet de in het eerste lid bedoelde hoogte
worden verminderd met een maat, gelijk aan het verschil
tussen het straatpeil en het peil van het onderhavige
terrein ter plaatse van de achtertoegang bij voltooiing van
de bouw.