In deze verordening wordt verstaan onder:
een inrichting: een voor mensen toegankelijke ruimtelijk begrensde
plaats voor zover die geen bouwwerk is;
bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal
of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct
hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect
steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te
functioneren.
niet-zelfredzame personen: personen die vanwege beperkte mobiliteit
of vanwege verstandelijk functioneren in beginsel hulp van anderen
nodig hebben om bij een calamiteit een inrichting veilig te kunnen
verlaten.