Voorschriften uit oogpunt van bruikbaarheid.
Een verblijfseenheid moet een oppervlakte hebben van ten minste 5 m2, waarvan de breedte ten minste 1,8 m en de hoogte boven die oppervlakte ten minste 2,4 m is.
In een verblijfsgebouw moet een gemeenschappelijke verblijfsruimte aanwezig zijn, wanneer één van de bewoners slechts over één verblijfseenheid beschikt met een oppervlakte van minder dan 6 m2 of wanneer meerdere bewoners gezamenlijk over een of meer verblijfseenheden beschikken met een totale oppervlakte van minder dan 6 m2 per persoon.
Wanneer meerdere bewoners gezamenlijk over een of meer verblijfseenheden beschikken, moet in deze verblijfseenheid of verblijfseenheden voor elke bewoner een vloeroppervlakte van minimaal 4,5 m2 aanwezig zijn.
Een gemeenschappelijke verblijfsruimte moet een vloeroppervlakte hebben van tenminste 10 m2, met dien verstande dat voor iedere bewoner in ieder geval een vloeroppervlakte van 1,5 m2 aanwezig moet zijn. Indien de gemeenschappelijke verblijfsruimte tevens een keuken bevat, dan dient de vloeroppervlakte 5 m2 extra te bedragen.
Slaapplaatsen mogen uitsluitend aanwezig zijn in verblijfseenheden.
In een verblijfsgebouw dient een keuken, zijnde een besloten verblijfsruimte, aanwezig te zijn met een aanrecht en een opstelplaats voor een kooktoestel. Deze ruimte moet een oppervlakte van minimaal 5 m2 hebben, plus 0,5 m2 voor elke bewoner boven het aantal acht, dat van de keuken gebruik mag maken.
In de keuken dienen een in goede staat van onderhoud verkerend kookapparaat en een warmwatertappunt aanwezig te zijn.
Voor elke acht bewoners moet tenminste een afzonderlijk, afsluitbaar toilet aanwezig zijn. Het aantal bewoners wordt naar boven afgerond op een veelvoud van acht.
Voor elke acht bewoners moet tenminste een doelmatig ingerichte, afsluitbare bad- of douchegelegenheid aanwezig zijn, voorzien van een goed functionerende warmwatervoorziening van voldoende capaciteit. Het aantal bewoners wordt naar boven afgerond op een veelvoud van acht.
Verblijfseenheden, gemeenschappelijke verblijfsruimten en bad- of douchegelegenheden moeten op een doelmatige wijze kunnen worden verwarmd. Verwarming door middel van verplaatsbare toestellen wordt niet als een doeltreffende en veilige wijze van verwarming aangemerkt.
Toestellen voor kookdoeleinden mogen uitsluitend worden opgesteld in de keuken.
Het gebruik van vloeibaar gas voor verwarmings- en/of kookdoeleinden is verboden.
Per verblijfseenheid moet met het oog op de toetreding van daglicht en het uitzicht naar buiten een equivalente daglichtoppervlakte aanwezig zijn van tenminste 10% van het vloeroppervlak van de verblijfseenheid.
In het verblijfsgebouw of op het terrein van het verblijfsgebouw dient voor elke zes bewoners tenminste een papierbak, een vuilcontainer en een groenbak, danwel een een papierbak en duobak aanwezig te zijn. Het aantal bewoners wordt naar boven afgerond op een veelvoud van zes. De opstelplaats mag zich niet in een vluchtweg bevinden.
In het verblijfsgebouw moet een opstelplaats voor een wasmachine aanwezig zijn met aansluitmogelijkheden op elektriciteit, water en riolering. De opstelplaats mag zich niet in een vluchtweg bevinden.
De eigenaar dient er zorg voor te dragen dat de gemeenschappelijke ruimten zodanig onderhouden worden, dat zij zich in een zindelijke staat bevinden.
Tot een verblijfsgebouw moet, opdat voorwerpen beschermd tegen weer en wind kunnen worden opgeborgen, tenminste een, van buiten de woning toegankelijke, afsluitbare bergruimte behoren, waarvan de oppervlakte tenminste 6,5% van de gebruiksoppervlakte van de woning is, met een minimum van 3,5 m2, van welke vloeroppervlakte de breedte tenminste 1,5 m en de hoogte boven die oppervlakte tenminste 2,2 m is.