1.
Onze Minister kan, indien dat in het belang van de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk I, II, III of IV dringend geboden is, vorderen dat burgemeester en wethouders ter zake van de overtreding van een bij of krachtens hoofdstuk I, II, III of IV gesteld voorschrift binnen een door hem te stellen termijn een beschikking tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom uitvoeren, dan wel geven en uitvoeren. Burgemeester en wethouders doen van de wijze waarop gevolg is gegeven aan de vordering schriftelijk mededeling aan Onze Minister.
2.
Indien burgemeester en wethouders niet of niet volledig gevolg geven aan een vordering kan Onze Minister voor rekening van de gemeente daarin voorzien.
3.
Artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing, met dien verstande dat voor «het bestuursorgaan dat bestuursdwang heeft toegepast» wordt gelezen: burgemeester en wethouders.
4.
Onze Minister kan bij zijn vorderingsbesluit bepalen dat in afwijking van artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht de aan de uitvoering van de beschikking verbonden kosten voor rekening van de gemeente blijven.
In navolging van het optreden van de inspectie VROM van de laatste jaren, waarbij met regelmaat gemeenten onder verscherpt toezicht werden geplaatst, lijkt dit artikel meer te behelzen dan de bekende stok achter de deur.
Alle reden dus om werk te maken van een goede planning- en verantwoordingsstructuur. Met de organisatie van het werk zoals in deze nota vastgelegd, wordt de basis gelegd voor een planmatige aanpak van deze wettelijke taken.
3.3 Planning- en controlcyclus
Hoe werkt de planning- en controlcyclus? In onderstaand schema zijn in grote lijnen de elementen geschetst die hun invloed hebben op de beleidscyclus van dit beleidsplan.
Figuur 5.1
Centraal in het schema staat de uitvoeringsnota voor toezicht en handhaving van de bouwregelgeving, deze nota dus. Om goed toezicht te kunnen houden en handhavend op te kunnen treden dient er een handhavings-programma gemaakt te worden. Dat programma bevat een realistische raming van de activiteiten die in het begrotingsjaar zullen worden uitgevoerd.
Daarbij dient uiteraard rekening te worden gehouden met de organisatorische en financiële mogelijkheden en de bestuurlijke ambities. Het jaarprogramma is leidend voor de uitvoering van taken.
Nadat het begrotingsjaar is afgerond wordt verslag gedaan van de wijze waarop de geplande taken zijn uitgevoerd. Het jaarverslag is een verantwoordingsdocument, maar gelijktijdig is het ook een instrument voor evaluatie en beleidsaanpassing. In het jaarverslag wordt aangegeven hoe de ramingen zich verhouden tot de werkelijke activiteiten. Bij substantiële afwijkingen wordt verantwoord wat hiervan de oorzaken zijn en eventueel hoe de problemen voor het volgende jaar zullen worden of zijn opgelost.
Het jaarverslag bevat zo nodig een analyse van de beschreven feiten, waarbij met name wordt bezien of het beleid en de programmering in het licht van deze ervaringen aanpassing en/of aanvulling behoeven. Is dit het geval dan kan gelijktijdig met het jaarverslag een voorstel tot beleidsaanpassing worden gedaan.
Naast deze op de inhoud gerichte verslaglegging, kan het jaarverslag ook de organisatie beoordelen. Zijn de gestelde doelen bereikt en zo neen, wat was hiervan de oorzaak?
3.4 Slotopmerking
In dit hoofdstuk is de structuur beschreven waarlangs de werkzaamheden zullen worden geprogrammeerd en verantwoord. De daadwerkelijke programmering zal jaarlijks worden voorbereid. Die programmering zal op basis van ervaringen in de organisatie worden gemaakt. Gedurende het jaar worden systematisch de gegevens verzameld die de mogelijkheid moeten bieden om een meer accurate planning te maken. In de jaarverslaglegging zal ook verantwoording worden afgelegd over de voortgang van deze informatieverzameling.