Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 10

Rapportageverplichtingen

Onderdeel van Deelsubsidieverordening peuteropvang gemeente Neder-Betuwe 2013

1. In aanvulling op Algemene subsidieverordening Welzijn Gemeente Neder-Betuwe registreert de subsidieaanvrager en legt hij verantwoording af over: a. een overzicht van alle peuters die in het kalenderjaar hebben deelgenomen aan een door de gemeente gesubsidieerd aanbod peuteropvang of voorschoolse educatie met opgave van de periode die zij gedurende het kalenderjaar hebben deelgenomen en indien van toepassing of zij tot de doelgroep behoren waarbij: i. voor peuteropvang per gesubsidieerde peuterplaats kopieën van bewijsstukken worden overlegd waaruit blijkt dat rechtmatig aanspraak wordt gemaakt op peuteropvang (ouderverklaring + IB-60 verklaring belastingdienst); ii. voor VVE peuterplaats peuteropvang kopieën van bewijsstukken worden overlegd waaruit blijkt dat rechtmatig gebruik gemaakt wordt van voorschoolse educatie (indicatie van het consultatiebureau); iii. een opgave per gesubsidieerde peuterplaats van de werkelijk gefactureerde ouderbijdragen in het kalenderjaar wordt overlegd; b. het totaal aantal daadwerkelijk bezette peuterplaatsen gedurende het kalenderjaar afgeleid van de gegevens onder lid a, waarbij voor de berekening van een peuterplaats die gedurende een deel van het kalenderjaar is bezet het aantal maanden naar beneden wordt afgerond indien de peuterplaats na de 15e van de maand is bezet en/of voor de 16e van de maand is beëindigd en naar boven wordt afgerond indien de peuterplaats voor de 16e van de maand is bezet en/of na de 15e van de maand is beëindigd, waarbij vervolgens voor de bepaling van de gerealiseerde peuterplaats de volgende formule wordt gehanteerd: A (= het aantal maanden dat de peuterplaats is bezet) : 12 = B (= het de omvang van een peuterplaats die een gedeelte van het kalenderjaar is bezet afgerond op 2 decimalen achter de komma) ; c. de in het kalenderjaar gefactureerde ouderbijdragen voor peuterplaatsen per peuterplaats afgeleid van lid a; d. de uitvoering van de ontwikkelingsgerichte programma’s en VVE programma’s zoals bedoeld in artikel 1 lid 8; e. de wijze de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verplichtingen in artikel 3. 2. Het college van burgemeester en wethouders kan formats vaststellen voor het indienen van de verantwoordingsgegevens. 3. Burgemeester en Wethouders kunnen nadere gegevens opvragen om de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie conform de opgelegde verplichtingen te controleren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel