Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 6

Grondslag voor de subsidieberekening

Onderdeel van Deelsubsidieverordening peuteropvang gemeente Neder-Betuwe 2013

1. De grondslag voor de subsidie is het aantal te realiseren bezette reguliere peuterplaatsen peuteropvang en/of VVE peuterplaatsen peuteropvang. 2. Voor een reguliere peuterplaats peuteropvang geldt een subsidiabel aantal uren van 200 op jaarbasis, voor zover de ouders aantoonbaar d.m.v. IB60 formulier, geen recht hebben op een toelage op grond van afdeling 2 paragraaf 1 en 2 van de Wet kinderopvang (kinderopvangtoeslag). 3. Voor een VVE peuterplaats peuteropvang geldt een totaal subsidiabel aantal uren van 400 op jaarbasis (inclusief de 200 uur basisaanbod peuteropvang op grond van lid 2). 4. Het college van burgemeester en wethouders stelt jaarlijks de maximale uurprijs vast waarover subsidie wordt verleend. 5. Het college van burgemeester en wethouders stelt jaarlijks voorafgaande aan het kalenderjaar de inkomensafhankelijke procentuele ouderbijdrage vast voor gebruik van reguliere peuterplaatsen peuteropvang. Deze is gebaseerd op de landelijke tabel van de kinderopvangtoeslag. 6. Het college van burgemeester en wethouders stelt jaarlijks voorafgaand aan het kalenderjaar de ouderbijdrage vast voor de ouders van doelgroepkinderen VVE, voor gebruik van VVE peuterplaatsen peuteropvang. Deze ouderbijdrage gaat de wettelijke maximumbijdrage op grond van Artikel 166 lid 2 van de Wet op het primair onderwijs niet te boven. 7. Op de te verlenen subsidie per reguliere peuterplaats peuteropvang en VVE peuterplaats peuteropvang wordt een bedrag voor ouderbijdragen in mindering gebracht. 8. Aanbieders van peuteropvang ontvangen de ouderbijdragen. Zij zijn verantwoordelijk voor het innen van deze betalingen conform de vastgestelde ouderbijdragentabel en het bijbehorende risico van dubieuze debiteuren. 9. De te verlenen subsidie per reguliere peuterplaats peuteropvang wordt bepaald op de hoogte van het door de instelling bij aanvraag opgegeven uurtarief tot een maximum van het onder lid 5 door het college vastgestelde uurtarief vermenigvuldigd met het aantal uren per peuterplaats zoals bepaald in artikel 6 lid 2 vermindert met de ouderbijdrage conform lid 7 van dit artikel. 10. De te verlenen subsidie per VVE peuterplaats peuteropvang wordt bepaald op de hoogte van het door de instelling bij aanvraag opgegeven uurtarief tot een maximum van het onder lid 5 door het college vastgestelde uurtarief vermenigvuldigd met het aantal uren per peuterplaats zoals bepaald in art 6 lid 3, vermindert met de ouderbijdrage conform lid 8 van dit artikel

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel