**1..** Vergoeding van opleidingskosten wordt eerst gegeven, nadat de ambtenaar schriftelijk heeft verklaard, dat hij de uit dien hoofde genoten bedragen zal terugbetalen, indien:
hij de hem ingevolge artikel 6 opgelegde verplichtingen niet nakomt;
hij de opleiding, waarvoor de opleidingsfaciliteiten zijn verleend, beëindigt voordat de in artikel 4 bedoelde termijn is verstreken zonder dat de opleiding tot het behalen van een diploma heeft geleid;
de hem verleende opleidingsfaciliteiten op grond van artikel 5 zijn ingetrokken;
hij op eigen verzoek of ten gevolge van aan hemzelf te wijten feiten of omstandigheden wordt ontslagen voor het einde van de opleiding of binnen de voor de opleiding gestelde bindingstermijn, ongeacht of een diploma is behaald.
**2..** De terugbetalingsverplichting op grond van het gestelde in lid 1 onder b van dit artikel vervalt, indien voortzetting van de opleiding redelijkerwijze niet van hem kan worden verlangd.
**3..** Geen terugbetalingsverplichting ontstaat, indien de intrekking op grond van het gestelde in lid 1 onder c van dit artikel het gevolg is van feiten of omstandigheden die niet aan de ambtenaar zijn te wijten.
**4..** Geen terugbetaling op grond van het gestelde in lid 1 onder d behoeft te geschieden, indien de ambtenaar aansluitend aan zijn ontslag een betrekking aanvaardt, waaraan het ambtenaarschap in de zin van de Algemene Burgerlijke Pensioenwet is verbonden.
**5..** Het bevoegd gezag kan de ambtenaar op zijn verzoek geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk ontheffen van de op hem rustende verplichting tot terugbetaling.
**6..** Een terug te betalen vergoeding is direct en in haar geheel opeisbaar.