**1..** De verlaging bedoeld in artikel 26 van de WWB bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die met één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning.
**2..** De verlaging bedoeld in artikel 26 van de WWB bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die voor het bewonen van de woning geen woonkosten zijn verschuldigd.
**3..** De verlaging bedoeld in artikel 26 van de WWB bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die met één of meer anderen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en voor het bewonen van de woning geen woonkosten zijn verschuldigd.
**4..** De verlaging op grond van het eerste lid blijft achterwege als inwonende kinderen van 18 en ouder een inkomen uit studiefinanciering, als bedoeld in artikel 25 , eerste lid van de WWB, ontvangen en in dezelfde woning hun hoofdverblijf hebben.
**5..** De verlaging op grond van het eerste, tweede en derde lid blijft achterwege voor de zorgbehoevende en zijn verzorger.