Sturing op doelen en resultaten staat centraal. Sturing op bedrijfsvoering (artikel 9) en externe verantwoording (artikel 10) zijn daarvan afgeleid. Sturing op doelen en resultaten gaat uit van:
Een vier jarencyclus, waarbij aan het begin van een raadsperiode, op basis van in elk geval het coalitieakkoord, een meerjarenbegroting opgesteld wordt met duidelijke doelstellingen en een beperkte set aan indicatoren. In de drie volgende jaren wordt bestuurlijk en begrotingstechnisch volstaan met een bijstelling. Verantwoording is volgend op dit principe.
Een gescheiden beleids- en begrotingsproces. De beleidsverantwoording en –evaluatie zijn losgekoppeld van de P&C-cyclus.
De directeuren stellen, met inachtneming van de meerjarenbegroting en bijstellingen daarop, jaarlijks een contract op voor hun onderdeel (zie ook art. 3, lid 2, sub b). Dit contract bevat concrete prestaties en producten, inclusief middelen, die hun organisatieonderdeel moet leveren.
Verantwoording over doelen en resultaten vindt plaats door middel van gesprekken tussen raadsleden, portefeuillehouder en ambtelijke deskundigen.
Een continu beleidsproces waarin beleidsverantwoording gespreid plaatsvindt gedurende de raadsperiode. Jaarlijks bepaalt de raad welke onderwerpen prioriteit hebben. Doordat de verantwoording is losgekoppeld van de P&C-cyclus kan de jaarrekening worden gereduceerd tot de kern: een financiële verantwoording over het afgelopen jaar. Een continu beleidsproces levert continu financiële kaders op, hierdoor kan de kadernota achterwege blijven.
Sturing en verantwoording over de essentie en streeft niet per definitie naar volledigheid van informatie.
De essentie op raadsniveau is of er afwijkingen zijn of dreigen. Het college rapporteert halfjaarlijks over essentiële wijzigingen, zodat de raad tijdig kan bijsturen.
Met de halfjaarlijkse rapportage wordt de raad geïnformeerd over de totale voortgang.
De gemeentesecretaris/algemeen directeur en de directeuren informeren het college regelmatig over de voortgang van bestuurlijke producten.