Bij overlijden van een raadslid wordt aan de weduwe of weduwnaar, van wie de overledene niet duurzaam gescheiden leefde, een uitkering toegekend. Deze uitkering bedraagt één vierde deel van de laatst genoten jaarlijkse bruto-raadsvergoeding. De uitkering wordt netto uitbetaald. De onkostenvergoeding wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.