Deze methodiek wordt voornamelijk toegepast bij projectmatige woningbouw. Bij de grondquote methodiek wordt de verhouding tussen de grondwaarde van een kavel en de VON-prijs van een (type)woning in een percentage of binnen bepaalde bandbreedtes uitgedrukt. De indruk is dan dat woningen met een VON van X euro een gronduitgifteprijs van Y euro kunnen verdragen. Duurdere woningen hebben een hogere quote.
Fictief voorbeeld:
een woning met een VON prijs van € 300.000,- betaalt 30% grondprijs; dit is exclusief BTW
een woning met een VON prijs van € 280.000,- betaalt 27% grondprijs; dit is exclusief BTW.
Voordelen:
Transparantie, zowel intern (binnen de gemeente) als extern (naar marktpartijen);
De grondwaarde kan direct meeliften met de stijging van de VON van een woning.
Een grondprijs is snel bepaald, het heeft de charme van eenvoud.
Nadelen:
Nadeel van deze methode is dat de berekende grondprijs geen verband houdt met de marktwaarde van het object waar het voor bedoeld is. Een grote kavel met een kleine woning kan een even hoge VON-waarde hebben als een kleine kavel met een grote woning. Er wordt immers een zelfde grondquote gehanteerd. Bij de kleine kavel met de grote woning kan dit tot een lagere bouwkwaliteit leiden doordat het aandeel bouwkosten in de VON-waarde bij deze woning hoger zal zijn. Toepassing van deze methodiek zonder aanvullende voorwaarden is dan ook te globaal en wordt niet aangeraden. Meestal wordt bepaald dat er een kavelgrootte X past bij bijvoorbeeld een woning van € 300.000,- VON en een kavelgrootte van Y passend is bij een woning van € 280.000,- VON. Indien de werkelijk geleverde kavel groter is dan X of Y, wordt bijbetaald over de extra m2.
De methodiek wordt in ons land vooral gebruikt bij projectmatige bouw.