De essenties zijn:
De gemeente mikt op de marktwaarde;
Er is een geringe oppervlakte uit te geven terrein;
De gemeente hanteert de comparatieve methode (zie § 3.7);
Er wordt verkocht op basis van vierkante meter bruto vloeroppervlak;
Parkeeroplossingen kunnen tot verfijningen aanleiding geven: er wordt bijbetaald voor parkeren op openbaar terrein;
De grondslag voor de berekening is: bij het bouwvolume uit te gaan van hetgeen planologisch mogelijk is.
Voorstel
De gemeente vraagt de prijs op basis van dcf/bar-methode (zie § 3.4) met als bodem de kostprijs (zie § 3.9) van de vervaardigde kantoorkavel. De prijs wordt situationeel (maatwerk) bepaald op het moment dat zich een uitgifte aandient.