In 2011 stond zo’n 14% van de kantoorruimte in Nederland leeg (dit is bijna 7 miljoen vierkante meter) (2). Op sommige bedrijventerreinen of kantoorparken gaat het zelfs om een derde van de totale beschikbare kantoorruimte. Deze leegstand zal in de toekomst naar verwachting verder toenemen .(3)
Er komen nog weinig kantoorgebruikers in beweging. Veel huurders richten zich door forse bezuinigingsrondes op relocatie, concentratie en inkrimping. Mede hierdoor loopt het aanbod nog verder op. Hoewel landelijk de leegstand omvangrijk is, valt dit in de gemeente Oldebroek nog mee. Slechts enkele panden specifiek voor kantoorhoudende activiteiten staan op dit moment leeg. Toch moet rekening gehouden worden met de enorme leegstand en is het stimuleren van leegstand ook niet wenselijk. Het is dan onder andere van belang de oorzaken van leegstand te weten, zodat hier rekening mee gehouden kan worden en op kan worden geacteerd.
Enkele oorzaken van deze leegstaand zijn:
Het ontbreken van een goede afstemming tussen gemeenten en projectontwikkelaars;
een beroepsbevolking die stabiel blijft (en dus niet groeit);
een toename van het aantal telewerkers- en flexwerkers (er wordt bijvoorbeeld vanuit huis gewerkt of werkplekken worden door verschillende werknemers gebruikt die op verschillende dagen werkzaam zijn).
Lege kantoren betekenen verspilling van ruimte en kapitaal. Daarom wil de Rijksoverheid de groeiende leegstand terugdringen. Ze wil dit samen doen met gemeenten, provincies, banken, beleggers en projectontwikkelaars en op basis van drie pijlers:
Bestaande leegstand bestrijden
Kantoorruimte die nu leegstaat, kan worden gebruikt voor bijvoorbeeld studentenhuisvesting, zorg, onderwijs, intensieve tuinbouw of als hotel. Soms kan sloop de beste oplossing zijn. Om dit mogelijk te maken, zoekt het Rijk naar kansen om belemmeringen in wetten en regels weg te nemen, bijvoorbeeld door meer mogelijkheden te bieden om af te wijken van het bestemmingsplan.
Kantorenmarkt weer gezond maken
De afgelopen jaren was het lucratief om in kantoren te investeren. Het aanbod is nu groter dan de vraag. Banken, beleggers en projectontwikkelaars gaan voorstellen doen om de kantorenmarkt weer gezond te maken.
Betere afstemming van vraag en aanbod
Dit betekent onder meer dat partijen terughoudend moeten zijn met nieuwbouw. Provincies en gemeenten moeten hier regionaal afspraken over maken. Daarbij krijgen ze ondersteuning van het Rijk, bijvoorbeeld met een methode die de bestaande vraag en aanbod in kaart brengt2.
Een betere functionerende kantorenmarkt die het economisch vestigingsklimaat verbetert, de internationale concurrentiepositie van Nederland verstrekt en een bestrijding van leegstand in kantoren. Met dat doel hebben het Rijk, decentrale overheden en marktpartijen (verenigd in de Kantorentop) op 27 juni 2012 een convenant ondertekend.
Doordat nieuwe gebouwen blijven verrijzen en tegelijk onvoldoende aan de markt wordt onttrokken, stijgt de leegstand nog steeds. De nieuwbouw past zich aan, maar dan nog neemt het aantal meters de komende jaren toe. Er is daarom een andere kijk nodig op sloop en transformatie. Daar wringt de schoen. Voor sloop is in Nederland geen ‘laaghangend fruit’. Er ligt voor alle partijen daarom een uiterst lastige opgave .(4)
Niet heel Nederland heeft te maken met een grote kantorenleegstand. De leegstand concentreert zich vooral in een beperkt aantal gemeenten en stedelijke regio’s. Op korte termijn kan dus de meeste winst worden behaald door een regionaal gedifferentieerde leegstandsaanpak. Ongeveer twintig gebieden bevatten samen bijna tweederde van de totale leegstand. Op lange termijn is een meer gecoördineerde aanpak nodig. Veel partijen beseffen dit. Het rijk, provincies, gemeenten en brancheverenigingen maakten een gezamenlijk plan van aanpak tijdens de ‘Kantorentop’. De uitvoering daarvan vergt een lange adem .(5)