Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Uitvoeringsregels Aansluitverordening riolering

Uitvoering aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding 1.De uitvoering van de aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding, inclusief de aansluiting van het particulier riool op de perceelaansluitleiding, vindt niet plaats anders dan door of vanwege de gemeente. 2.In afwijking van lid 1, kan het college na overleg met de rechthebbende in de aansluitvergunning vastleggen dat de rechthebbende zelf de aansluiting uitvoert. De rechthebbende onttrekt het aansluitpunt na melding aan het college dat de aansluiting is uitgevoerd, gedurende drie werkdagen niet aan het zicht. 3.In afwijking van lid 1, voor perceelaansluitingen niet zijnde een woning, kan de uitvoering van de werkzaamheden in eigen beheer worden uitgevoerd. De aanleg van een perceelaansluiting door een erkend aannemer in de grond-, weg- en waterbouwsector is slechts dan toegestaan, nadat daartoe door of vanwege het college toestemming is verkregen. De rechthebbende onttrekt het aansluitpunt na melding aan het college dat de aansluiting is uitgevoerd, gedurende drie werkdagen niet aan het zicht. 4.Voor de perceelaansluiting dient gebruik te worden gemaakt van de navolgende gecertificeerde materialen: H.W.A. (overloop hemelwatervoorziening) dient aangelegd te worden met bruine p.v.c.-buizen; D.W.A. (droogweerafvoer/afvalwater) dient aangelegd te worden met grijze p.v.c.-buizen. Na uitvoering dient een duidelijke revisie volgens het standaardformulier van de gemeente Heerlen te worden opgemaakt, waarin de ligging van de leiding ten opzichte van het gebouw of andere vaste herkenbare punten wordt vastgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel