Uitvoeringshandelingen door de vergunninghouder/rechthebbende
1.Indien de gemeente niet in staat wordt gesteld de aansluiting te controleren,
wordt de aanvrager geacht zonder vergunning te hebben gehandeld en
aansprakelijk gesteld voor de daaruit voortvloeiende schades.
2.Indien door of in opdracht van de gemeente op particulier terrein een
pompinstallatie, inspectieput of mini-zuivering (zogenaamde “IBA”) is geplaatst
ten behoeve van de afvoer van afval- of regenwater dient de perceelseigenaar of
gebruiker van het perceel deze installatie vrij toegankelijk te houden.
Dit houdt onder andere in:
de pompinstallatie mag niet worden ingebouwd
de pompinstallatie dient te allen tijden vrij toegankelijk te zijn
de deksels van inspectie- of pompputten dienen te allen tijden zichtbaar in
het maaiveld te liggen.
Indien door of in opdracht van de gemeente op particulier terrein een open
voorziening (greppel etc.) voor de afvoer/doorvoer en/of behandeling van
regenwater is aangebracht dient de perceelseigenaar of gebruiker van het
perceel deze voorziening intact te laten en vrij toegankelijk te houden.
4.Bij ophogingen van particulier terrein waarin zich inspectie- en/of pompputten
en/of een open voorziening voor de afvoer/doorvoer en/of behandeling
van regenwater bevinden dient de vergunninghouder of rechthebbende
dit minimaal 4 weken voor aanvang van de ophogingswerkzaamheden bij de
gemeente te melden. De gemeente verzorgt de aanpassingen aan de
inspectie- of pompputten en/of open voorziening.
Indien de ophogingen het openbaar riool constructief overbelasten
kan toestemming tot ophoging geweigerd worden.
De kostenverdeling voor deze aanpassingen zijn voor rekening van de
rechthebbende zoals omschreven in artikel 9.