Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 12

Verlies van een passende en toereikende voorliggende voorziening door toepassing van een bestuurlijke boete

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB 2013

1.. Indien een belanghebbende geen beroep meer kan doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening voor levensonderhoud als bedoeld in artikel 15 van de wet, omdat deze volledig wordt verrekend met een bestuurlijke boete als gevolg van het bij herhaling schenden van de inlichtingenverplichting wordt een maatregel opgelegd van 100% van de bijstandsnorm gedurende drie maanden. 2.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, wordt de maatregel in de tweede en derde maand gerekend vanaf de start van de verrekening gematigd tot 20% van de bijstandsnorm indien belanghebbende(n) op het moment van het opleggen van de maatregel redelijkerwijs niet kan beschikken over bezit ter hoogte van ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm. 3.. In afwijking van het bepaalde van het tweede lid wordt een maatregel opgelegd van 100% van de bijstandsnorm gedurende de eerste drie maanden vanaf de ingangsdatum indien een belanghebbende niet de benodigde gegevens overlegt om het bezit vast te stellen. 4.. In afwijking van lid 1 tot en met 3 van dit artikel wordt gedurende de eerste drie maanden een maatregel van 10% opgelegd indien aannemelijk is dat het toepassen van een maatregel bedoeld in lid 1 tot en met 3 zou leiden tot huisuitzetting van belanghebbende en diens gezin of indien er anderszins sprake is van dringende redenen. 5.. Na afloop van de maatregel als genoemd lid 1 tot en met 4 van dit artikel wordt een maatregel opgelegd van 10% van de bijstandsnorm voor de periode dat de belanghebbende als gevolg van het bij herhaling schenden van de inlichtingenverplichting geen beroep kan doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15 van de wet.

Rechtspraak bij dit artikel