**1..** Indien een belanghebbende geen beroep meer kan doen op een passende
en toereikende voorliggende voorziening voor levensonderhoud als
bedoeld in artikel 15 van de wet, omdat deze volledig wordt
verrekend met een bestuurlijke boete als gevolg van het bij
herhaling schenden van de inlichtingenverplichting wordt een
maatregel opgelegd van 100% van de bijstandsnorm gedurende drie
maanden.
**2..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, wordt de maatregel
in de tweede en derde maand gerekend vanaf de start van de
verrekening gematigd tot 20% van de bijstandsnorm indien
belanghebbende(n) op het moment van het opleggen van de maatregel
redelijkerwijs niet kan beschikken over bezit ter hoogte van ten
minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm.
**3..** In afwijking van het bepaalde van het tweede lid wordt een maatregel
opgelegd van 100% van de bijstandsnorm gedurende de eerste drie
maanden vanaf de ingangsdatum indien een belanghebbende niet de
benodigde gegevens overlegt om het bezit vast te stellen.
**4..** In afwijking van lid 1 tot en met 3 van dit artikel wordt gedurende
de eerste drie maanden een maatregel van 10% opgelegd indien
aannemelijk is dat het toepassen van een maatregel bedoeld in lid 1
tot en met 3 zou leiden tot huisuitzetting van belanghebbende en
diens gezin of indien er anderszins sprake is van dringende redenen.
**5..** Na afloop van de maatregel als genoemd lid 1 tot en met 4 van dit
artikel wordt een maatregel opgelegd van 10% van de bijstandsnorm
voor de periode dat de belanghebbende als gevolg van het bij
herhaling schenden van de inlichtingenverplichting geen beroep kan
doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening als
bedoeld in artikel 15 van de wet.
Hoofdstuk 4
Artikel 12
Verlies van een passende en toereikende voorliggende voorziening door toepassing van een bestuurlijke boete
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB 2013