**1.** De zittingsperiode van een lid van een raadscommissie, de voorzitter van een raadscommissie en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.
**2.** Een lid van een raadscommissie en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 16, derde lid, gestelde eisen.
**3.** De raad kan een lid van een raadscommissie ontslaan op voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen voor benoeming.
**4.** De raad kan de voorzitter van een raadscommissie ontslaan.
**5.** Een lid van een raadscommissie en zijn plaatsvervanger en de voorzitter van een raadscommissie kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.
**6.** Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 2 en 16.
**7.** Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid van een raadscommissie dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.
Hoofdstuk 2
Artikel 17
Zittingsduur en vacatures
Onderdeel van Reglement van Orde voor de raad en de raadscommissies (3e wijziging)