Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 18

Spreekrecht

Onderdeel van Reglement van Orde voor de raad en de raadscommissies (3e wijziging)

1. Burgers hebben spreekrecht in de vergaderingen van een raadscommissie. Zij kunnen het woord voeren over zowel geagendeerde als niet-geagendeerde onderwerpen. 2. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen een bezwaar- en/of beroepsschrift is ingediend of de rechter om een uitspraak is gevraagd en de uitspraak nog niet onherroepelijk is; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; 3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit voor aanvang van de commissievergadering bij de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres, telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang van de vergadering is. 5. De totale spreektijd bedraagt maximaal 30 minuten, met een maximum van 5 minuten per spreker. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over het aantal sprekers als het aantal sprekers meer dan 6 bedraagt. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6. De spreker voert het woord nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de leden van de commissie toestaan aan  insprekers in één termijn vragen te stellen.

Rechtspraak bij dit artikel