**1.** De vertrouwenspersoon gaat een vertrouwensrelatie aan met de klager/melder of andere personen die een beroep op hem doen of tot wie hij zich richt. Daarom belooft de vertrouwenspersoon alle betrokkenen geheimhouding van hetgeen hem bij de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon ter kennis komt.
**2.** Uitzonderingen hierop zijn alleen mogelijk als de klager/melder of andere personen schriftelijk toestemming geven tot het doorbreken van deze belofte tot geheimhouding, of wanneer zeer dringende redenen aanwezig zijn, zoals in 3 omschreven.
**3.** Bij het ontbreken van uitdrukkelijke toestemming van de betrokken persoon om informatie aan derden te verstrekken kan de vertrouwenspersoon zich pas ontheven achten van de belofte tot geheimhouding indien tenminste voldaan is aan al de vijf hieronder genoemde voorwaarden:
• Alles is in het werk gesteld de toestemming van de betrokken persoon te verkrijgen;
• De vertrouwenspersoon verkeert in gewetensnood door het handhaven van de geheimhouding;
• Er is geen andere weg dan doorbreking van de geheimhouding om het probleem op te lossen;
• Het is vrijwel zeker dat het niet doorbreken van de geheimhouding voor betrokkenen of voor derden aanwijsbare en ernstige schade en/of gevaar zal opleveren;
• De vertrouwenspersoon is er vrijwel zeker van dat de doorbreking van de geheimhouding die schade aan betrokkenen of anderen in belangrijke mate zal voorkomen of beperken.
**4.** Indien een dergelijke situatie zich voordoet, zal de vertrouwenspersoon zijn redenen om de geheimhouding te doorbreken met een ter zake kundige partij bespreken alvorens de geheimhouding te doorbreken.
**5.** De vertrouwenspersoon brengt klager/melder op de hoogte van het voornemen de geheimhouding te doorbreken alvorens dit daadwerkelijk te doen.
**6.** Indien het doorbreken van de geheimhouding dit noodzakelijk maakt, verwijst de vertrouwenspersoon klager/melder onverwijld naar een andere vertrouwenspersoon en/of andere instantie.
**7.** Ter bescherming van de vertrouwelijkheid en onafhankelijkheid geniet de interne vertrouwenspersoon voor de werkzaamheden als vertrouwenspersoon dezelfde rechtsbescherming als een lid van de ondernemingsraad op grond van de Wet op de Ondernemingsraden.