Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Sprake van dringende redenen, artikel 18a lid 7 en lid 9 Wwb

Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete 2013

De standaardboete wegens schending van de inlichtingenplicht wordt gematigd als de gedraging de belanghebbende niet geheel kan worden verweten. Dit is altijd een individuele afweging zodat er geen normering in beleidsregels wordt vastgelegd. Van verminderde verwijtbaarheid is in ieder geval sprake als: 1.. Verlaging boete i.v.m. verminderde verwijtbaarheid (persoonlijke situatie) a.. Wanneer belanghebbende in onvoorziene en ongebruikelijke omstandigheden verkeerde die emotioneel zeer belastend waren of waardoor hij/zij niet over zijn normale geestelijke vermogens beschikte, bijvoorbeeld; belanghebbende was/is psychisch overbelast; belanghebbende was/is emotioneel ontwricht; belanghebbende verkeerde/verkeerd in slechte geestelijke toestand; belanghebbende was/is door zijn/haar psychische toestand administratief onbekwaam; dan wordt de boete verlaagd met een percentage van 75% met dien verstande dat de boete tenminste € 150,00 bedraagt. b.. Wanneer belanghebbende uit eigen beweging alsnog de juiste gegevens heeft verstrekt voordat de schending van de inlichtingenplicht is geconstateerd; dan wordt de boete verlaagd met een percentage van 50% met dien verstande dat de boete tenminste € 150,00 bedraagt. c.. Wanneer belanghebbende kan aantonen of aannemelijk maken dat hij onvoldoende op de hoogte was van de op hem rustende inlichtingenverplichting; dan wordt de boete verlaagd met een percentage van 25% met dien verstande dat de boete tenminste € 150,00 bedraagt. 2.. Verlaging boete i.v.m. bijzondere omstandigheden van persoon of gezin Bij de bepaling van de hoogte van de boete worden mede de omstandigheden van de persoon en het gezin in aanmerking genomen. Daarbij wordt in ieder geval rekening gehouden met de gevolgen voor de gezondheid van belanghebbende of gezinsleden. Als matiging i.v.m. bijzondere omstandigheden van persoon of gezin wordt toegepast, dan wordt de boete verlaagd met een percentage van 50% met dien verstande dat de boete tenminste € 150,00 bedraagt. 3.. Verlaging boete i.v.m. bijzondere omstandigheden van de ten laste komende kinderen Bij de bepaling van de hoogte van de boete wordt rekening gehouden met de gevolgen van de boeteoplegging voor de ten laste komende kinderen en gevolgen voor de gezondheid van deze kinderen. Als matiging i.v.m. bijzondere omstandigheden van de ten laste komende kinderen wordt toegepast, dan wordt de boete verlaagd met een percentage van 75% met dien verstande dat de boete tenminste € 150,00 bedraagt. 4.. Niet opleggen van boete in verband met het ontbreken van verwijtbaarheid In het bestuursrecht is het uitgangspunt dat wanneer iemand de inlichtingenplicht heeft geschonden, dit verwijtbaar is. De bewijslast om aan te tonen dat de schending niet of verminderd verwijtbaar is, ligt bij belanghebbende. Wanneer belanghebbende aannemelijk heeft kunnen maken dat de schending van de inlichtingenplicht niet verwijtbaar is - bijvoorbeeld een situatie van overmacht - dan wordt de boete verlaagd met een percentage van 100% (tot 0% verlaagt).

Rechtspraak bij dit artikel