Wanneer belanghebbende geen bijstand meer ontvangt maar inkomsten uit arbeid heeft, dan wordt er ingevorderd middels een betalingsregeling. Daarbij worden de volgende middelen gerekend tot de betalingscapaciteit van de belanghebbende:
het vermogen voor zover dit meer bedraagt dan twee keer de toepasselijke bijstandsnorm,
10% van de toepasselijke bijstandsnorm plus 75% van het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de toepasselijke bijstandsnorm met dien verstande dat belanghebbende na invordering van de boete in ieder geval beschikt over een inkomen dat gelijk is aan de toepasselijke bijstandsnorm.
De maandelijkse aflossing op boete en terugvordering kan lager worden vastgesteld voor zover het totaal van (het restant van) de vorderingen - in verband met schending van de inlichtingenplicht - zullen worden voldaan binnen een periode van 18 maanden.
Artikel 5.
Belanghebbende ontvangt geen uitkering maar inkomsten uit arbeid
Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete 2013