Ten opzichte van de oude verordening is een nieuw lid 1 toegevoegd waarmee wordt aangegeven dat de behandeling en afdoening van klachten wordt bepaald door de regels uit hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) én het bepaalde in deze verordening. Dit is gebeurd om expliciet te duiden dat deze verordening (met bijbehorend reglement), aanvullend op hoofdstuk 9 van de Awb, een aantal zaken regelt m.b.t. tot klachtbehandeling in Maastricht; dit laat dus onverlet dat de algemene voorschriften uit de Awb op de klachtbehandelingsprocedure van toepassing blijven.
In lid 2 is grotendeels de tekst van het oude artikel 2 opgenomen. De tekst van de oude verordening stelde i.c. dat de verordening van toepassing was op klachten ingediend bij het college op basis van artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Klachten kunnen evenwel op vele plekken worden ingediend binnen de gemeente, terwijl toch niet bedoeld zal zijn die klachten uit te zonderen. Vandaar dat ervoor is gekozen om aan te sluiten bij de terminologie uit artikel 9:1 van de Awb. Dit artikel spreekt van het indienen van klachten bij het bestuursorgaan betreffende gedragingen van dat bestuursorgaan; ingevolge artikel 9:2 Awb zijn gedragingen van een persoon die werkt onder verantwoordelijkheid van dat bestuursorgaan toe te rekenen aan dat bestuursorgaan. Door er in artikel 2 voor te kiezen dat het gaat om klachten die worden ingediend bij een gemeentelijk bestuursorgaan wordt bereikt dat klachten die bijv. bij de burgemeester of een specifiek organisatieonderdeel worden ingediend, ook naar de letter van de verordening, vallen onder de werkingssfeer van de verordening.
Het zal overigens duidelijk zijn dat het overgrote deel van de “bij de gemeente” (mondeling of schriftelijk) in te dienen klachten betrekking zullen hebben op ambtenaren omdat deze immers –uitzonderingsgevallen daargelaten- onder verantwoordelijkheid van het college van Burgemeester en Wethouders werken. Ook, al dan niet tijdelijk, ingehuurde krachten zoals ZZP-ers en arbeidscontractanten zijn werkzaam onder verantwoordelijkheid van het college en vallen dus onder de werkingssfeer van de verordening. De griffieambtenaren vallen onder de verantwoordelijkheid van de raad, dit is ook een gemeentelijk bestuursorgaan dus ook klachten over gedragingen van deze functionarissen vallen in principe onder de werkingssfeer van deze verordening. Verder vallen ook de leden van het college van Burgemeester en Wethouders onder de werkingssfeer van deze klachtenverordening, immers ook deze functionarissen werken onder verantwoordelijkheid van een gemeentelijk bestuursorgaan. Dat geldt ook voor de burgemeester, immers ook hier betreft het een gemeentelijk bestuursorgaan, waaraan gedragingen kunnen worden toegerekend
Voor de goede orde, raadsleden werken niet onder verantwoordelijkheid van de gemeenteraad; dit zou in strijd zijn met het stelsel van de wet waarin staat dat zij zonder last hun werk doen (Grondwet artikel 129 lid 6). Raadsleden dienen op grond van rechtstatelijke en democratische beginselen vrij hun werk te kunnen doen zodat eventueel tegen hen ingediende klachten niet onder de werkingssfeer van deze verordening vallen; raadsleden zijn in principe wel onderworpen aan het tuchtrecht van de voorzitter van de gemeenteraad zoals dat nader is geregeld in het reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad.