Naar hoofdinhoud
1. De subsidieontvanger of diens rechtsopvolger meldt het project gereed bij het college binnen drie maanden na voltooiing van de werkzaamheden of uiterlijk drie maanden na het verstrijken van de projectperiode, zoals die op grond van artikel 8, lid 4 is genoemd in de subsidiebeschikking. 2. Het college kan op aanvraag de termijn, genoemde in lid 1, met maximaal een jaar verlengen. 3. De gereedmelding is tevens een aanvraag om vaststelling van de subsidie en geschiedt op een ingevuld, door het college vastgesteld gereedmeldingsformulier. 3 Voetnoot 3: Ook hierbij wordt het formulier aangehouden, dat de aanvrager al moet indienen bij de provincie en/of het Waddenfonds. Er hoeft dus ook in dit geval niet een apart formulier ingediend te worden. 4. De gereedmelding als bedoeld in lid 1 gaat vergezeld van: een verklaring van de subsidieontvanger dat bij het realiseren van het project is voldaan aan de opgelegde verplichtingen; een gespecificeerde opgave van de kosten van het project met daarop betrekking hebbende rekeningen en betaalbewijzen; een opgave van de datum waarop het project is gereedgekomen; de rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden. 5. Het college bevestigt binnen drie weken de ontvangst van de gereedmelding. 6. Het college kan voor grotere projecten die een langere termijn dan negen maanden in beslag nemen, als verplichting bij de subsidieverlening een procedure van gereedmelding in termijnen van toepassing verklaren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel