**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een
dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 15 centimeter op
1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van
meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste
stam. In het kader van een herplant- of
instandhoudingplicht kunnen voorschriften gesteld en
maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan 15
centimeter dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven het
maaiveld;
houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal,
een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken,
een beplanting van bosplantsoen;
hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te
zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.
dunning: velling welke uitsluitend als een
voorzorgsmaatregel ter bevordering van de groei van de
overblijvende houtopstand moet worden beschouwd, waarbij
de oppervlakte/grondprojectie van de houtopstand gelijk
blijft;
knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats
verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen,
gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek
noodzakelijk onderhoud;
bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente,
vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de
Boswet;
boomwaarde: het bedrag dat wordt gevonden door
vermenigvuldiging van verschillende factoren: de
oppervlakte in cm² van de dwarsdoorsnede op 1,3 meter
boven het maaiveld, de geïndexeerde eenheidsprijs per
cm2, de standplaatswaarde, de conditiewaarde, de waarde
van de plantwijze, enz., één en ander bekend onder de
naam "Methode Raad", of overeenkomstig de laatst bekende
richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs
van Bomen;
historische panden: Rijks- of gemeentelijke monumentale
panden of panden, die van algemeen belang zijn wegens
hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap of hun
cultuurhistorische waarde;
Erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte
daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en
dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van
het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een
bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing
is, deze die inrichting niet verbieden.
**2..** In deze verordening wordt onder het vellen mede verstaan rooien,
met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van
handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of
ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge
kunnen hebben.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3.
Artikel 4:11
begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Brummen 2013