Lid 1.
Een individuele voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:
de noodzaak voor het te bereiken resultaat langdurig is, tenzij kortdurende hulp bij het huishouden leidt tot het te bereiken resultaat;
de te verstrekken voorziening als de goedkoopst-compenserende voorziening aan te merken is.
Lid 2.
Geen individuele voorziening wordt toegekend:
indien de aanvrager de belemmeringen die hij ondervindt kan beperken of opheffen door het anders organiseren van het dagelijks leven of het huishouden
indien de belemmeringen die de aanvrager ervaart het directe gevolg zijn van keuzes van de aanvrager waarbij hij niet dan wel onvoldoende rekening heeft gehouden met de beperkingen die horen bij zijn individuele omstandigheden
indien de voorziening algemeen gebruikelijk is;
indien de belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente Delft;
voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan het moment van aanvragen of het moment van beschikken heeft gemaakt zonder schriftelijke toestemming van het college en niet meer is na te gaan of deze voorziening noodzakelijk was en als goedkoopst-compenserend aan te merken valt;
voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft al eerder in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan belanghebbende zijn toe te rekenen, of tenzij belanghebbende geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten;
indien de voorziening voor therapeutische doeleinden is aangevraagd.
Hoofdstuk 7.
Artikel 27.
Algemene voorwaarden en weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Delft 2013