Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Gezamenlijk hoofdverblijf.

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren

1.. Aan de alleenstaande jongere van 23 jaar of ouder of de jongere alleenstaande ouder, zijnde de hoofdbewoner, in wiens woning een andere alleenstaande dan wel gezin, niet zijnde een kind van belanghebbende, het hoofdverblijf heeft, wordt een toeslag verstrekt van 10% van de gehuwdennorm. 2.. Aan de alleenstaande jongere van 23 jaar of ouder of de alleenstaande ouder die in de woning van een andere alleenstaande of gezin het hoofdverblijf heeft, niet zijnde een eigen kind van de hoofdbewoner, wordt, ongeacht of meerdere personen dan wel gezinnen ook in dezelfde woning het hoofdverblijf hebben, een toeslag verstrekt van 20% van de gehuwdennorm. 3.. Aan de alleenstaande jongere van 23 jaar of ouder of de alleenstaande ouder, zijnde de hoofdbewoner, in wiens woning tevens uitsluitend één of meer zorgbehoevende(-n) het hoofdverblijf heeft (hebben), wordt de toeslag bepaald op een bedrag gelijk aan 20% van de gehuwdennorm. 4.. Aan de alleenstaande jongere van 23 jaar of ouder of de alleenstaande ouder die hulpbehoevend is en de hoofdbewoner is van de door hem bewoonde woning, in wiens woning een andere alleenstaande of gezin het hoofdverblijf heeft, wordt de toeslag bepaald op een bedrag gelijk aan 20% van de gehuwdennorm. 5.. Aan de alleenstaande jongere van 23 jaar of ouder of de alleenstaande ouder, zijnde de hoofdbewoner, in wiens woning twee of meer andere alleenstaanden dan wel gezinnen hun hoofdverblijf hebben, wordt geen toeslag verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel