Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Overzicht voorgestelde beleidsregels

Onderdeel van Beleidsregels Schuldhulpverlening ISD de Kempen

Nr. Tekst beleidsregels 1 Kosten die verband houden met een (vrijwel) volledige inrichting van een woning kunnen worden gefinancierd via het verstrekken van renteloze leenbijstand. 2 a.Het beleid van de Unit Schulddienstverlening over de toegankelijkheid voor een PL overnemen. Dit betekent dat iedere inwoner uit de ISD-gemeenten tot 130% WML een PL kan aanvragen bij de Unit Schulddienstverlening en dat de ISD-gemeenten hiervoor een bijdrage, thans € 65,-- per PL, betalen. b.Eind 2009 evalueren in welke mate van deze kredietvoorziening bij de gemeente Eindhoven gebruik wordt gemaakt en wat de gevolgen hiervan zijn voor de ISD-gemeenten. 3 De kosten van budgetbeheer via een DBR bij de Unit Schulddienstverlening van de gemeente Eindhoven, worden beschouwd als bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan. Wanneer wordt voldaan aan de criteria van bijzondere bijstand kan deze dan ook worden toegekend. 4 a.De productkosten, met uitzondering van budgetbeheer, voortvloeiend uit het contract met de gemeente Eindhoven rechtstreeks op nota te betalen aan de Unit Schulddienstverlening van de gemeente Eindhoven. b.De onder a genoemde kosten ten laste brengen van het budget Schuldhulpverlening en als programmakosten doorberekenen aan de woongemeente. 5 In voorkomende gevallen geen voorkeur uitspreken voor een bewindvoerder bij beschermingsbewind en terzake altijd doorverwijzen naar de branchevereniging PBI. Zij beschikken over een register van aangesloten bewindvoerders. 6 Een bewindvoerder (zowel beschermingsbewind als WSNP) behoeft aan de samenwerkende Kempengemeenten geen machtiging te overleggen indien hij namens een betrokkene handelingen verricht in het kader van de gemeentelijke uitkeringsregelingen. 7 De kosten van het verkrijgen van een GBA-verklaring en een BKR-verklaring worden beschouwd als algemene noodzakelijke kosten van het bestaan, waarvoor gereserveerd dient te worden uit het beschikbare inkomen. 8 Tijdens de uitvoering van een schuldregeling (WSNP of fase 2 minnelijke traject) wordt de financiële draagkrachtruimte voor de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand op nihil gesteld indien: a.het in het trajectplan opgenomen periodieke aflossingsbedrag wordt aangewend voor de betaling van schulden; b.betrokkene voldoet aan alle in het trajectplan opgenomen verplichtingen. 9 Tijdens fase 1 van het minnelijke traject wordt in principe uitgegaan van het eigenlijke te ontvangen inkomen en niet van het feitelijk besteedbare inkomen. In situaties waar in fase 1 ook wordt gekomen tot een schuldregeling (al dan niet tegen finale kwijting) op grond van de beslagvrije voet of het VTLB is individualisering op grond van artikel 16 WWB mogelijk, echter geen uitgangspunt.

Rechtspraak bij dit artikel