Naar hoofdinhoud

Artikel Beschermingsbewind

Artikel Beschermingsbewind

Onderdeel van Beleidsregels Schuldhulpverlening ISD de Kempen

5.4.1 Algemeen Mensen die niet in staat zijn om zelf hun financiële zaken te regelen en te beheren, kunnen beschermingsbewind aanvragen. Dat kan de betrokkene zelf doen, een hulpverlenende instantie, een partner of familieleden tot in de vierde graad. Dat zijn (groot)ouders, (klein)kinderen, broers, zussen, neven, nichten, ooms en tantes. In uitzonderlijke gevallen kan een officier van justitie een verzoek indienen. Bijvoorbeeld omdat naaste familie goede redenen hebben om het verzoek niet zelf te doen, zoals het niet te zeer willen schaden van verhoudingen binnen de familie. Bij beschermingsbewind wordt de bewindvoerder benoemd door de (Kanton)rechter. Aan deze bewindvoerder worden door de rechter echter nauwelijks tot geen kwaliteitseisen gesteld. Meestal wordt de persoon of instelling benoemd die door de aanvrager wordt voorgedragen. De benoeming van een WSNP-bewindvoerder in het WSNP-traject daarentegen, kent wel waarborgen voor de kwaliteit. De rechtbank benoemt namelijk in het kader van de WSNP uitsluitend bewindvoerders die als zodanig zijn geregistreerd in het register van de Raad voor rechtsbijstand, dan wel advocaten die ervaring hebben met het zogenaamde insolventierecht (faillissement, surseance van betaling, schuldsaneringsregeling). 5.4.2 Kwaliteit bewindvoerders Vaak wordt bij beschermingsbewind op verzoek een bewindvoerder benoemd uit de eigen familie-, vrienden- of kennissenkring. Het kan echter ook voorkomen dat een klant aan de ISD of maatschappelijk werk Dommelregio vraagt om de naam en adres van een bewindvoerder die zijn belangen goed kan behartigen. In dergelijke gevallen wordt verwezen naar de Branchevereniging PBI (professionele bewindvoerders en Inkomensbeheerders. Zij beschikken over een register van aangesloten bewindvoerders. BPBI-leden moeten het vak van bewindvoering en inkomensbeheer bedrijfsmatig en professioneel uitvoeren. Wie lid wil worden en blijven, moet voldoen aan vastgestelde kwaliteitseisen. Deze branchevereniging wordt door het Landelijk Overleg Kantonrechters (LOK) erkend en gezien als zijnde aanspreekpunt voor bewindvoering en te ontwikkelen beleid. Voorstel 5: In voorkomende gevallen geen voorkeur uitspreken voor een bewindvoerder bij beschermingsbewind en terzake altijd doorverwijzen naar de branchevereniging PBI. Zij beschikken over een register van aangesloten bewindvoerders. 5.4.3 Bevoegdheden De bewindvoerder is bij beschermingsbewind volledig gemachtigd over de financiële situatie van de klant. Naast de taken van budgetbeheer krijgt de bewindvoerder alle post van de klant en hij vraagt voor de klant toeslagen en uitkeringen aan, regelt belastingaangifte etc. Over de vraag of handelingen die door de bewindvoerder namens een betrokkene verricht in het kader van de WWB (b.v een aanvraag indienen of het ondertekenen van ROF-jes) een formele machtiging van de betrokkene behoeven, zijn de opvattingen verdeeld. Het Ministerie van Justitie heeft 26 juni 2006 de Tweede kamer desgevraagd medegedeeld dat een dergelijke machtiging niet noodzakelijk is. Hoewel de betrokkene, in tegenstelling tot onder curatelenstelling, wel handelingsbekwaam blijft, is Justitie van mening dat de taak van deze bewindvoerder niet slechts handelingen betreft die in rechtstreeks verband staan met de onder bewind gestelde goederen. Zijn taak betreft ook handelingen die in het belang van een ordentelijke financiële huishouding van de betrokken persoon noodzakelijk, nuttig of wenselijk zijn, waardoor een machtiging van de betrokkene achterwege kan blijven. Schulinck (Handboek WWB) is het daar niet mee eens vanwege het verschil in bevoegdheden met de WSNP-bewindvoerder en heeft dit ook als zodanig vermeld in het Handboek. Wij stellen voor om de in de uitvoeringspraktijk het standpunt van Justitie te hanteren. Voor de WSNP-bewindvoerder ligt het iets anders, omdat zijn bewind minder ver reikt dan dat van de beschermingsbewindvoerder. De WSNP-bewindvoerder gaat alleen over de middelen van belanghebbende waarop beslag mogelijk zou zijn. Dit betekent dat in elk geval wanneer een WSNP-bewindvoerder om bijzondere bijstand vraagt, het niet onlogisch is om een machtiging te verlangen. Echter in het kader van éénduidigheid voor de uitvoeringspraktijk stellen wij voor om ook in deze situaties een machtiging achterwege te laten. Voorstel 6: Een bewindvoerder (zowel beschermingsbewind als WSNP) behoeft aan de samenwerkende Kempengemeenten geen machtiging te overleggen indien hij namens een betrokkene handelingen verricht in het kader van de gemeentelijke uitkeringsregelingen.

Rechtspraak bij dit artikel