Naar hoofdinhoud

Artikel 5.3 Budgetbeheer

Artikel 5.3 Budgetbeheer

Onderdeel van Beleidsregels Schuldhulpverlening ISD de Kempen

5.3.1 Algemeen Budgetbeheer is één van de in te zetten producten in het schuldhulpverleningsproces. Budgetbeheer bestaat uit het ontvangen van de inkomsten van de klant en het betalen van zijn lasten. Welke lasten betaald worden is vastgelegd in het budgetplan. Denk hierbij naast de vaste lasten (huur, energie, water en zorgverzekering) aan andere maandelijkse lasten als telefoonkosten en reserveringen voor bijvoorbeeld eindafrekeningen. Wat er na betaling van deze lasten overblijft wordt overgemaakt aan de klant. De kosten van budgetbeheer kunnen momenteel variëren van € 20,-- tot € 45,-- per maand voor de klant. Op het terrein van budgetbeheer zijn er een aantal ontwikkelingen, die vragen om een verandering in het product budgetbeheer. De belangrijkste ontwikkelingen zijn: Budgetbeheer wordt niet langer alleen gezien als een product in het kader van een traject bij problematische schulden, maar kan ook worden ingezet bij het voorkomen van schulden. Hiermee wordt budgetbeheer ook een preventiemiddel om te voorkomen dat mensen in problematische schulden raken. Budgetbeheer kan dan ook worden ingezet als er geen traject schuldhulpverlening loopt. De NVVK heeft een nieuw model voor schuldhulpverlening ontwikkeld. Naar aanleiding van de lage slagingspercentages van het minnelijke traject en de nieuwe WSNP, is de vernieuwde schuldhulpverlening meer vraag -en resultaat gericht in plaats van aanbod -en procesgericht. Zodra de klant zich meldt moet er gekoerst worden op stabilisatie van de situaties. Budgetbeheer heeft hierin een duidelijke rol. Bij een traject schuldhulpverlening kan ook een cursus “Omgaan met geld” of individuele budgetbegeleiding worden ingezet. Deze worden uitgevoerd door Maatschappelijk Werk Dommelregio. De cursus wordt nu vaak aan het begin ingezet het geen niet altijd tot gewenst resultaat leidt. Door te werken met een gedifferentieerd budgetbeheer kan de cursus worden ingezet als de intensiteit van budgetbeheer wordt teruggedraaid. Klanten kunnen dan langzaam meer regie voeren over hun eigen budget. De geschetste ontwikkelingen zullen mogelijk leiden tot een toename van het aantal cliënten in budgetbeheer. 5.3.2 Verschillende vormen van budgetbeheer In het kader van schuldhulpverlening worden 3 vormen van budgetbeheer gehanteerd, waarbij in alle gevallen het totale inkomen van de klant wordt doorgesluisd naar de Unit Schulddienstverlening. Na aftrek van de in het budgetplan opgenomen lasten, reserveringen en/of aflossingen wordt het resterende bedrag overgemaakt aan de klant. De kosten van budgetbeheer worden via de doorbetaalrekening (DBR) doorberekend aan de klant. Er zijn drie vormen van budgetbeheer: Budgetbeheer Basis ( € 20,-- per maand) Er is sprake van budgetbeheer Basis als de budgetbeheerder ten behoeve van de cliënt betalingen verricht voor 4 vaste lasten (huur, energie, Brabant Water en zorgverzekering) en één reservering of extra betaling. Budgetbeheer Plus (€ 35,-- per maand) Er is sprake van budgetbeheer Plus als de budgetbeheerder ten behoeve van de cliënt de betalingen verricht voor 4 vaste lasten (huur, energie, Brabant Water en zorgverzekering) en maximaal drie extra betalingen of reserveringen. Budgetbeheer Totaal (€ 45,-- per maand) Er is sprake van budgetbeheer Totaal bij betaling van meer dan 4 vaste lasten (huur, energie, Brabant Water en zorgverzekering) en meer dan drie extra betalingen en/of reserveringen. Indien het aantal betalingen en reserveringen bovenmatig wordt, zal moeten worden bezien of vrijwillige bewindvoering aan de orde is. 5.3.3 Voorwaarden budgetbeheer Aan het budgetbeheer worden voorwaarden gesteld, te weten: Aanwezigheid van een contactpersoon. Voor de inwoners uit de Kempengemeenten is dit een klantmanager WWB of SHV of een medewerker van Maatschappelijk Werk Dommelregio. Het verbinden van een maximale termijn aan budgetbeheer. De meeste kredietbanken hanteren een termijn van 3 jaar. De Unit Schulddienstverlening stelt voor om een maximale termijn te hanteren van 5 jaar, omdat het saneringstraject al drie jaar duurt en dit vooraf wordt gegaan door het stabiliseringstraject en eindigt met het nazorgtraject. Wel moet er maatwerk geleverd kunnen worden, om te voorkomen dat mensen die aan deze maximale termijn niet genoeg hebben in een zwart gat vallen. Voor sommige mensen kan het langer gaan duren. Ook komt het voor dat men überhaupt niet in staat is om het eigen budget te beheren. Beschermingsbewind is dan een logische opvolger. De Kempengemeenten moeten beoordelen op welke wijze ze klanten doorgeleiden naar organisaties die beschermingsbewind aanbieden. Periodiek moet bekeken (heronderzoek budgetbeheer) worden of het budgetbeheer nog noodzakelijk is voor de klant. Om de klant niet meteen in het diepe te gooien kan voor een afbouw van budgetbeheer worden gekozen. Zo kan men van “budgetbeheer totaal” afbouwen naar “Plus” en daarna naar “Basis.” Op deze manier krijgt de klant gefaseerd verdere zeggenschap over zijn inkomen. Er moeten criteria worden ontwikkeld voor de grens tussen “Budgetbeheer totaal” en beschermingsbewind. Als klanten niet in staat zijn hun financiële huishouden te voeren biedt budgetbeheer geen afdoende oplossing. De Unit Schulddienstverlening zal dit nader uitwerken.

Rechtspraak bij dit artikel