Naar hoofdinhoud

Artikel Tijdens de schuldregeling (WSNP of fase 2 minnelijke traject)

Artikel Tijdens de schuldregeling (WSNP of fase 2 minnelijke traject)

Onderdeel van Beleidsregels Schuldhulpverlening ISD de Kempen

Cliënten die deelnemen aan de WSNP-regeling of aan een minnelijk schuldregelingstraject van de afdeling Schulddienstverlening (SDV) beschikken in de meeste situaties niet over meer inkomen dan de beslagvrije voet. Hierdoor is er in die gevallen geen draagkracht aanwezig. Dit betekent dat bijzondere bijstand verleend kan worden, indien aan de overige voorwaarden van artikel 35 WWB wordt voldaan. Ook kan de cliënt een beroep doen op de minima-regelingen (zoals collectieve ziektekostenverzekering en de regeling chronisch zieken). Het kan voorkomen dat een cliënt die in de WSNP-regeling of in een minnelijk schuldregelingstraject zit, aflost tot aan het vrij te laten bedrag (VTLB) in plaats van de beslagvrije voet. Het inkomen is dan hoger dan de beslagvrije voet, omdat in het VTLB met meer kosten rekening wordt gehouden. In die gevallen kan toch de draagkracht op nihil worden gesteld. De volgende uitgangspunten dienen tevens in acht te worden genomen: Zowel de WSNP als het minnelijke schuldsaneringstraject via de unit schulddienstverlening richt zich op een schone lei. Bijzondere bijstand wordt als een aanvullend instrument gezien. Het oplossen van schulden is niet alleen een financiële kwestie, maar heeft ook zijn effecten naar kansen op of behoud van werk en het functioneren in zijn algemeenheid. Bij het behandelen van een aanvraag dient deze overweging mee te spelen. Bij grove nalatigheid van de cliënt kan de bijstand afgestemd worden. Uit onderzoek zal moeten blijken dat men zichzelf willens en wetens in de schulden heeft gebracht. Hierdoor zal het niet vaak voorkomen dat de bijzondere bijstand afgestemd wordt. Overleg met de bewindvoerder/saneerder, of de belanghebbende zich aan de spelregels houdt en welke problemen hier mogelijk uit voorkomen, wordt geadviseerd. Er wordt (aantoonbaar) feitelijk afgelost in het kader van het schuldsaneringstraject. Er is sprake van een maximale aflossing, dat wil zeggen tot de beslagvrije voet of tot het van toepassing zijnde vrij te laten bedrag (VTLB). De schuldenaar houdt zich aan alle afspraken. Voor de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand stellen wij daarom voor om tijdens de uitvoering van de schuldregeling (WSNP of fase 2 minnelijke traject) volledig rekening te houden met het aflossingsbedrag dat periodiek voor de betaling van schulden wordt aangewend. Dit betekent dat er in dat geval dus feitelijk geen sprake is van financiële draagkracht. Voorstel 8: Tijdens de uitvoering van een schuldregeling (WSNP of fase 2 minnelijke traject) wordt de financiële draagkrachtruimte voor de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand op nihil gesteld indien: a. het in het trajectplan opgenomen periodieke aflossingsbedrag wordt aangewend voor de betaling van schulden; b. betrokkene voldoet aan alle in het trajectplan opgenomen verplichtingen.

Rechtspraak bij dit artikel