Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 1.

Artikel 4.

Het maken van een afweging

Onderdeel van Wmo-verordening Haarlemmermeer 2013

1.. Bij het beoordelen van de vraag welke ondersteuning nodig is, gaat het college uit van de behoeften, persoonskenmerken, mogelijkheden, omstandigheden en financiële situatie van de belanghebbende. Daarbij zal onderzoek gedaan worden naar de noodzaak en mogelijkheid tot leveren van maatwerk ten aanzien van het te bereiken resultaat. 2.. Voor het maken van een afweging of een individuele of collectieve voorziening nodig is, wordt stapsgewijs nagegaan of het resultaat geheel of gedeeltelijk kan worden bereikt door: de eigen kracht van belanghebbende; de gebruikelijke zorg die huisgenoten elkaar horen te verlenen en waarbij geen overbelasting van de mantelzorger dreigt; een beroep te doen op het sociale netwerk van de belanghebbende; algemene voorzieningen; (wettelijk) voorliggende voorzieningen; algemeen gebruikelijke voorzieningen, die in de situatie van de belanghebbende ook algemeen gebruikelijk zijn. 3.. Het college is bevoegd om voor de nadere uitwerking van het afwegingskader bedoeld in het voorgaande lid, nadere beleidsregels op te stellen, gericht op de verschillende resultaten die in het kader van deze verordening bereikt moeten worden. 4.. Een individuele of collectieve voorziening wordt niet toegekend als het resultaat kan worden bereikt door middel van de inzet van de in lid 2 a t/m f bedoelde mogelijkheden; als de belanghebbende niet zijn hoofdverblijf heeft in Haarlemmermeer, met uitzondering van het bezoekbaar maken van een woning gelegen in Haarlemmermeer. 5.. Het resultaat van de afweging van de aanvraag kan bestaan uit een arrangement: een individuele voorziening al of niet in combinatie met de mogelijkheden als bedoeld in lid 2 a t/m f.

Rechtspraak bij dit artikel