Het eerste te bereiken resultaat rond het voeren van een huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van de woning waarover men beschikt, waarin men opgroeit of welke men als kind of partner periodiek bezoekt. Dit geldt voor de woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten, tuin en/of balkon.
Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid, toe- en doorgankelijkheid en bruikbaarheid van de woning.
3. Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning, welke verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat, zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden om het in dit artikel bedoelde resultaat te bereiken. Deze beoordeling vindt alleen plaats indien de kosten van aanpassing van de woning het in het Besluit genoemde bedrag te boven gaan.
Indien de in het vorige lid genoemde mogelijkheid om naar een geschikte of gemakkelijker geschikt te maken woning te verhuizen binnen een termijn van 12 maanden beschikbaar is, wordt geen individuele voorziening voor een woningaanpassing toegekend, maar kan een tegemoetkoming in verhuis- en herinrichtingskosten worden verstrekt.
5. Individuele woonvoorzieningen worden niet verstrekt:
indien de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolge van beperkingen, psychosociale problemen of chronische psychische problemen geen aanleiding bestond en er geen andere dringende reden voor de verhuizing aanwezig was;
indien de belanghebbende niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het College;
voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen.
Een tegemoetkoming in verhuis- en herinrichtingskosten wordt niet verstrekt indien:
de belanghebbende voor het eerst zelfstandig gaat wonen;
de belanghebbende verhuist vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden;
de kosten voor het opheffen van de in de te verlaten woonruimte ondervonden beperkingen lager zijn dan het bedrag van de tegemoetkoming in verhuis- en herinrichtingskosten;
de nieuwe woonruimte niet adequaat is en er problemen worden ondervonden bij het normale gebruik van de woning;
de belanghebbende de noodzaak niet kan aantonen.
7. De belanghebbende, die als eigenaar-bewoner krachtens deze Verordening dan wel de daaraan voorafgaande Verordening een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget voor de kosten van een woningaanpassing heeft ontvangen, welke aanpassing heeft geleid tot waardestijging van de woning, en die binnen een periode van tien jaar na de datum van gereedmelding van de werkzaamheden de woning verkoopt, is gehouden om binnen een week na het passeren van de overdrachtsakte het college hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen.
8. Het college kan besluiten dat de in het vorige lid bedoelde eigenaar bij verkoop van de woning binnen 10 jaar na de aanpassing, de kosten van de woonvoorziening minus de afschrijvingskosten en eigen bijdrage dan wel eigen aandeel in de kosten, moet terugbetalen, indien de aanpassing heeft geleid tot waardevermeerdering van de woning.
9. Het College stelt in het Besluit nadere regels voor de in het vorige lid bedoelde terugbetaling.
10. De bepalingen van dit artikel zijn gericht op zelfstandige woonruimten en zijn niet van toepassing op het treffen van voorzieningen aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen, kamerverhuur en specifiek op mensen met een beperking en ouderen gerichte woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden.
11.Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen.
In afwijking van het gestelde hierboven kan een woonvoorziening getroffen worden voor het bezoekbaar maken van één of meer woonruimtes indien de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft in een AWBZ-instelling.
De aanvraag voor het bezoekbaar maken wordt ingediend in de gemeente waar de aan te passen woning staat.
Onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan het door middel van een woonvoorziening bewerkstelligen dat de belanghebbende de woonkamer, een toiletvoorziening en in bijzondere gevallen de slaapkamer kan bereiken en gebruiken.
De woningaanpassing vindt plaats voor een in het Besluit vast te leggen maximumbedrag.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 2.
Artikel 5.
Normaal gebruik kunnen maken van de woning
Onderdeel van Wmo-verordening Haarlemmermeer 2013