Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 2.

Artikel 6.

Beschikken over een schoongehouden woning

Onderdeel van Wmo-verordening Haarlemmermeer 2013

Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een woning die schoongehouden is. Dit geldt voor de woonkamer, de keuken, de slaapvertrekken en het sanitair, voorzover die genoemde ruimten daadwerkelijk gebruikt worden. Met het oog op het schoonhouden van de woning kan een individuele voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het zware huishoudelijke werk en de regie over het huishouden. Indien de belanghebbende één of meer huisgenoten of leden in het sociaal netwerk heeft die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen, rekening houdend met de belastbaarheid van de huisgenoten en/of mantelzorgers, wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld als mogelijkheid om het in dit artikel bedoelde resultaat te bereiken. Ook de mogelijkheden en de bereidheid van mensen uit het sociaal netwerk worden beoordeeld 4 Er wordt geen individuele voorziening voor het lichte en/of zware huishoudelijke werk, dan wel de regie op het huishouden toegekend, voor zover de in lid 3 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn; voor zover de belanghebbende eerder beschikte over hulp in de huishouding en er niets in de situatie is gewijzigd; voor zover een hulp bij het huishouden tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon als de belanghebbende of belanghebbende behoort.

Rechtspraak bij dit artikel