1. Het bepaalde in deze afdeling is niet van overeenkomstige
toepassing ten aanzien van hem die krachtens het gestelde in artikel
51, eerste lid, van de Gemeentewet tijdelijk met de waarneming van
het wethouderschap is belast geweest.
2. Voor de berekening van het aantal dienstjaren, zoals bedoeld in
deze afdeling, kan op verzoek van belanghebbende tevens meetellen de
periode waarin hij krachtens het gestelde in artikel 51, eerste lid,
van de Gemeentewet tijdelijk doch gedurende meer dan dertig dagen
onafgebroken met de tijdelijke waarneming van het wethouderschap is
belast geweest, indien het tijdvak van die waarneming zonder
onderbreking wordt gevolgd door een tijdvak, waarin hij anders dan
krachtens artikel 51, eerste lid, van de Gemeentewet als wethouder
is opgetreden.
3. Het verzoek bedoeld in het vorige lid dient binnen dertig dagen
na de datum waarop belanghebbende anders dan krachtens artikel 51,
eerste lid, van de Gemeentewet voor het eerst als wethouder is
opgetreden bij burgemeester en wethouders te worden ingediend.
Afdeling 2 › Hoofdstuk 1
Artikel 15
Vervanging
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders